{"id":1481,"date":"2012-08-20T12:46:31","date_gmt":"2012-08-20T12:46:31","guid":{"rendered":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/?p=1481"},"modified":"2012-08-20T12:46:31","modified_gmt":"2012-08-20T12:46:31","slug":"aanpak-huiselijk-geweld","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/?p=1481","title":{"rendered":"Aanpak huiselijk geweld"},"content":{"rendered":"<p>\n\t<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\" alignleft size-full wp-image-1480\" alt=\"\" src=\"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/wp-content\/uploads\/2012\/08\/huiselijkgeweld.jpg\" style=\"width: 175px; height: 150px; float: left;\" width=\"220\" height=\"188\" \/>28 345 Aanpak huiselijk geweld<\/p>\n<p>\n\tNr. 120 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG<\/p>\n<p>\n\tVastgesteld 6 maart 2012<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe vaste commissie voor Veiligheid en Justitie&lt;1&gt; heeft op 9 februari 2012 overleg gevoerd<\/p>\n<p>\n\tmet minister Opstelten van Veiligheid en Justitie over:<\/p>\n<p><!--more--><\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Justitie d.d. 23 juni 2010, met informatie over diverse<\/p>\n<p>\n\tonderzoeken m.b.t. huiselijk geweld (28345, nr. 106);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Justitie d.d. 31 augustus 2010, over toekenning middelen<\/p>\n<p>\n\ttijdelijk huisverbod (28345, nr. 107);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Justitie d.d. 11 oktober 2010, over het onderzoek<\/p>\n<p>\n\tRisicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld (28345, nr. 108);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 13 januari 2011, over<\/p>\n<p>\n\tonderzoek naar de aard en omvang van huiselijk geweld (28345, nr. 109);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 23 juni 2011 met<\/p>\n<p>\n\tantwoorden op vragen over de aanpak van huiselijk geweld (28345, nr. 114);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 27 januari 2011, over een<\/p>\n<p>\n\ttoezegging m.b.t. het gebruik van AWARE door gemeenten en jongeren, registratie van<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld door de politie (28345, nr. 110);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 14 februari 2011, over een<\/p>\n<p>\n\treactie op onderzoeken op het gebied van het huisverbod (28345, nr. 112);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 27 oktober 2011, over<\/p>\n<p>\n\tOnderzoek &quot;landelijk beleid huiselijk geweld, 2002-2011&quot; (28345, nr. 115);<\/p>\n<p>\n\t&#8211; de brief van de minister van Veiligheid en Justitie d.d. 21 november 2011, over de<\/p>\n<p>\n\tDaderaanpak bij geweld in huiselijke kring (28345, nr. 116).<\/p>\n<p>\n\tVan dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie,<\/p>\n<p>\n\tDe Roon<\/p>\n<p>\n\tDe griffier van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie,<\/p>\n<p>\n\tNava<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tVoorzitter: De Roon<\/p>\n<p>\n\tGriffier: Hessing-Puts<\/p>\n<p>\n\tAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: De Roon, Berndsen, Holtackers, Van Raak,<\/p>\n<p>\n\tArib, Hennis-Plasschaert, Voortman, Wiegman-van Meppelen Scheppink<\/p>\n<p>\n\ten minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, die vergezeld is van enkele ambtenaren van<\/p>\n<p>\n\tzijn ministerie.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe voorzitter: Dames en heren. Wij gaan beginnen. De spreektijd per fractie is in eerste<\/p>\n<p>\n\ttermijn vijf minuten. Ik sta per fractie in deze ronde twee interrupties toe. Als eerste is het<\/p>\n<p>\n\twoord aan mevrouw Berndsen van de fractie van D66.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): Huiselijk geweld. De cijfers spreken helaas voor zich. 9% van de<\/p>\n<p>\n\tNederlandse bevolking was de afgelopen vijf jaar slachtoffer. 45% heeft er ooit mee te maken<\/p>\n<p>\n\tgehad. Schrikbarend zijn de cijfers van dodelijke slachtoffers: In 2009, 45 mensen, in 2010<\/p>\n<p>\n\twaren het er eind september al 44. Dat brengt me meteen bij mijn eerste vraag aan de<\/p>\n<p>\n\tminister. Wat zeggen de cijfers over 2011? Het aantal slachtoffers moet naar beneden. Mijn<\/p>\n<p>\n\tfractie is dan ook verheugd dat de minister de landelijke aanpak van huiselijk geweld<\/p>\n<p>\n\tversterkt. Maar welke concrete doelstellingen en resultaten heeft de minister voor ogen? Mijn<\/p>\n<p>\n\tfractie is positief over het voorstel van de Federatie Opvang om het beleid te vertalen naar<\/p>\n<p>\n\teen nationaal actieplan, dat in lijn is met het Europees Verdrag tegen huiselijk geweld. Hoe<\/p>\n<p>\n\tstaat de minister hier tegenover?<\/p>\n<p>\n\tDe omvang van huiselijk geweld is enorm, de aanpak is complex en vraagt om samenwerking<\/p>\n<p>\n\tvan verschillende organisaties. Hoe monitort de minister de effectiviteit van zijn beleid?<\/p>\n<p>\n\tHeeft hij zicht op het beleid van de gemeenten? In hoeveel procent van de gevallen<\/p>\n<p>\n\tbijvoorbeeld stopt het geweld daadwerkelijk na een interventie? Over de aanpak van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld zou regelmatig gerapporteerd moeten worden. Wij weten wat de toegevoegde waarde<\/p>\n<p>\n\tis van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Hoe staat de minister tegenover een nationaal<\/p>\n<p>\n\trapporteur huiselijk geweld? Deze hoeft wat mijn fractie betreft niet per definitie te worden<\/p>\n<p>\n\tondergebracht bij de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, want ik weet dat zij geen hele<\/p>\n<p>\n\tkerstboom wil hebben. Het gaat om het rapporteren als zodanig, omdat het over nogal<\/p>\n<p>\n\tversnipperd beleid gaat.<\/p>\n<p>\n\tHet Aware-systeem kan levens redden: Met een druk op de knop de politie alarmeren bij<\/p>\n<p>\n\tdreigend geweld. Ieder ernstig bedreigd slachtoffer zou gegarandeerd toegang moeten hebben<\/p>\n<p>\n\ttot een dergelijk systeem, zeker gezien de hoge aantallen dodelijke slachtoffers van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld. Een jaar geleden was 85% van de centrumgemeenten aangesloten op Aware. Is dit<\/p>\n<p>\n\tinmiddels 100%? Slagen de gemeentes erin om de knelpunten, de wachttijden, op te lossen?<\/p>\n<p>\n\tVormen de bezuinigingen een risico voor Aware of is dit voldoende gewaarborgd?<\/p>\n<p>\n\tHet huisverbod blijkt een krachtig instrument bij de aanpak van huiselijk geweld. Het is de<\/p>\n<p>\n\tafgelopen twee jaar veel gebruikt. Uit de cijfers blijkt zelfs dat bij vier van de vijf opgelegde<\/p>\n<p>\n\thuisverboden het geweld afneemt als er daadwerkelijk iets gebeurt, in die zin dat er<\/p>\n<p>\n\thulpverlening plaatsvindt. Maar het doel was preventie en preventief is het helaas niet. In<\/p>\n<p>\n\t86% van de gevallen loopt de huisverbodprocedure gelijk op met een strafrechtelijke<\/p>\n<p>\n\tprocedure. Meer aandacht voor het preventieve karakter van een huisverbod, zoals de<\/p>\n<p>\n\tminister zelf in zijn brief zegt, kan het instrument versterken. De focus ligt sterk op<\/p>\n<p>\n\tsignalering, vervolging, en het bestuursrechtelijke en strafrechtelijke kader. Maar andere<\/p>\n<p>\n\tinstrumenten vragen ook meer aandacht, bijvoorbeeld vrijwillige hulp. Zorgt de minister<\/p>\n<p>\n\tsamen met zijn collega van VWS voor een goed evenwicht en samenhang in de hulp vanuit<\/p>\n<p>\n\tde strafrechtelijke en de zorgkant?<\/p>\n<p>\n\tHet huisverbod geeft geen garanties voor de lange termijn. De ggz heeft twijfels over de<\/p>\n<p>\n\teffectiviteit. De behandeling die plaatsvindt in de periode dat een tijdelijk huisverbod van<\/p>\n<p>\n\tkracht is, is vaak niet voldoende. De kans op recidive is daardoor groot. Uit de verschillende<\/p>\n<p>\n\tonderzoeken volgt steeds dat een ge&iuml;ntegreerde aanpak van uithuisplaatsing en zorg de sleutel<\/p>\n<p>\n\tis tot succes, en juist daar valt nog veel te verbeteren. Hoe gaat de minister de gemeenten<\/p>\n<p>\n\tstimuleren en helpen bij het tot stand brengen van goede ketenafspraken?<\/p>\n<p>\n\tDan de positie van kinderen. Bij de hulpverlening vallen kinderen nog wel eens tussen wal en<\/p>\n<p>\n\tschip. Ik vraag hiervoor extra aandacht van de minister. Vergeet hij de kinderen niet bij zijn<\/p>\n<p>\n\tplannen om de positie van het slachtoffer te verbeteren? Het is van belang dat gemeenten een<\/p>\n<p>\n\tprikkel hebben om ook aan kinderen aandacht te geven. Wachttijden voor directe en<\/p>\n<p>\n\tverplichte hulp zijn onwenselijk. Wil de minister de Kamer informeren over hoe hij specifiek<\/p>\n<p>\n\tde positie van minderjarige slachtoffers gaat versterken?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe voorzitter: Nu zal de heer Holtackers het woord voeren, maar ik meld nog dat hij geen lid<\/p>\n<p>\n\tis van deze commissie. Ik ga er echter van uit dat de commissie er geen bezwaar tegen heeft<\/p>\n<p>\n\tdat hij het woord voert.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers (CDA): Voorzitter. Mij valt vandaag de eer te beurt om mijn collegawoordvoerders<\/p>\n<p>\n\top dit dossier te vervangen. Eerst een aantal algemene opmerkingen.<\/p>\n<p>\n\tDe laatste tien jaar is er heel veel gebeurd op dit dossier. De regering is actief en hetzelfde<\/p>\n<p>\n\tgeldt voor heel veel maatschappelijke instanties. Wij hebben dat kunnen lezen in de<\/p>\n<p>\n\tdocumenten van de laatste tien jaar. Er is een steevaste en gestage vooruitgang in de aanpak<\/p>\n<p>\n\tvan dit fenomeen. Mijn inbreng bestaat uit drie blokken. Ik wil iets zeggen over de aanpak,<\/p>\n<p>\n\tde preventie en de daderaanpak, over het tijdelijk huisverbod en over het stelsel waarmee wij<\/p>\n<p>\n\tdit vreselijke kwaad gaan aanpakken.<\/p>\n<p>\n\tEerst de aanpak, de preventie en de daderaanpak. Huiselijk geweld is te vergelijken met een<\/p>\n<p>\n\tijsberg. Het is bijna een clich&eacute;, het topje van de ijsberg, maar het is ook geen clich&eacute;, omdat<\/p>\n<p>\n\thet topje in dit geval al een berg is. Als je kijkt naar de cijfers van mensen die het slachtoffer<\/p>\n<p>\n\tworden, dan lopen de rillingen je over de rug. Dat brengt mij bij mijn eerste vraag. Kan de<\/p>\n<p>\n\tminister reageren op het belang van primaire preventie? De minister is uitgesproken en<\/p>\n<p>\n\tkrachtdadig bij daderaanpak, maar met zulke aantallen zal de eerste lijn van preventie ook<\/p>\n<p>\n\tmoeten worden versterkt. Ik denk dan aan scholen, consultatiebureaus en verenigingen. De<\/p>\n<p>\n\tgehele samenleving moet daarvoor worden ingeschakeld. Ik houd geen pleidooi om de<\/p>\n<p>\n\tsamenleving te organiseren om het thema heen. Ik pleit ervoor dit thema op te brengen als<\/p>\n<p>\n\teen punt van aandacht in de gehele samenleving. Graag een reactie van de minister. Geweld<\/p>\n<p>\n\tis geen middel om meningsverschillen op te lossen. Dat moet in onze samenleving heel erg<\/p>\n<p>\n\tduidelijk worden. Het huisverbod is bedoeld om hulpverlening te starten, maar<\/p>\n<p>\n\tbegrijpelijkerwijs zie je dat hulpverleningsinstanties tijd nodig hebben om dat ook<\/p>\n<p>\n\tdaadwerkelijk te doen. De vraag is of de tien dagen voldoen. Wordt het geen tijd om te<\/p>\n<p>\n\tbezien of die termijn kan worden verlengd? Juist in die tien dagen moeten de preventie en de<\/p>\n<p>\n\thulpverlening starten. Dat is nu lang niet altijd mogelijk.<\/p>\n<p>\n\tDan de handhaving van het huisverbod. Verboden zijn werkzaam op het moment dat er een<\/p>\n<p>\n\tstevige handhaving achter zit. Op dat punt kan de situatie ook worden verbeterd. Hoe ziet de<\/p>\n<p>\n\tminister de mogelijkheden om de handhaving te verbeteren? Het huisverbod is niet de<\/p>\n<p>\n\toplossing op zich. Het is de start bij een crisissituatie die een verlenging moet krijgen via<\/p>\n<p>\n\treguliere hulpverlening. Die aansluiting spreekt niet vanzelf. Daarmee ontstaan echter gaten<\/p>\n<p>\n\tin de hulpverlening, terwijl er sprake moet zijn van een doorlopend traject. Hoe ziet de<\/p>\n<p>\n\tminister de aansluiting van de hulpverlening in het huisverbod op de reguliere hulpverlening<\/p>\n<p>\n\ten behandeling?<\/p>\n<p>\n\tDan kom ik bij het stelsel zelf. Als je bedenkt dat er zoveel daders en zoveel slachtoffers in<\/p>\n<p>\n\thet geding zijn, dan vraag je je af wat je moet doen. Wat mij betreft is het voorstel dat ik in<\/p>\n<p>\n\tveel documenten tegenkom, een nationaal actieplan, een nationaal samenwerkingsplan, zeker<\/p>\n<p>\n\teen optie. Op die basis kan worden gekomen tot een bepaalde regie, zowel op de inhoud als<\/p>\n<p>\n\twat betreft het vinden van methoden om een goede en snelle aanpak van dit fenomeen<\/p>\n<p>\n\tmogelijk te maken. Graag een reactie. Over het voorstel voor een rapporteur huiselijk geweld<\/p>\n<p>\n\tis mijn fractie nog niet tot een oordeel gekomen. De vergelijking met mensenhandel gaat<\/p>\n<p>\n\tnamelijk niet helemaal op. Mensenhandel heeft een internationaal karakter dat minder snel te<\/p>\n<p>\n\tdoorgronden is, hoe buitengewoon ernstig ook. Huiselijk geweld betreft een lokale<\/p>\n<p>\n\taangelegenheid. We weten er inmiddels heel veel van, in aantallen, in kwaliteit, in<\/p>\n<p>\n\taanleidingen. Dus op de vraag of een rapporteur huiselijk geweld nodig is, krijg ik graag eerst<\/p>\n<p>\n\teen reactie van de minister. Het gaat er uiteindelijk om dat wij de veldwerkers, de mensen, de<\/p>\n<p>\n\tsamenleving versterken als het gaat om de aanpak van dit fenomeen. Als wij eventueel<\/p>\n<p>\n\tmiddelen kunnen vrijspelen om dit te doen, dan gaat onze prioriteit in die richting. De<\/p>\n<p>\n\tmeldcode zou ingaan per 1 januari 2012. Waarom is dat nog niet gebeurd? Graag een reactie.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Meer dan 200.000 volwassenen zijn jaarlijks slachtoffer van<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld, 119.000 kinderen en gemiddeld 40 doden. Huiselijk geweld is een serieuze<\/p>\n<p>\n\tdoodsoorzaak. Wat de SP betreft moeten de daders worden aangepakt en de slachtoffers<\/p>\n<p>\n\tbeschermd, maar dat vindt iedereen, ook de minister. Toch ontvangen wij nog steeds e-mails<\/p>\n<p>\n\twaaruit het tegendeel blijkt, waaruit blijkt dat slachtoffers nog steeds op de vlucht moeten,<\/p>\n<p>\n\tomdat zij niet effectief kunnen worden beschermd en zich niet veilig voelen in hun eigen<\/p>\n<p>\n\thuis. Heeft inmiddels iedere regio het besef dat op het plegen van huiselijk geweld een<\/p>\n<p>\n\thuisverbod moet volgen? Wij zijn voorstander van dat huisverbod. Maar het heeft geen<\/p>\n<p>\n\tenkele zin om alleen de dader uit huis te halen. Er moet ook hulp worden geboden aan de<\/p>\n<p>\n\tslachtoffers. Daar heeft de SP al eerder aandacht voor gevraagd. Als kinderen slachtoffer zijn,<\/p>\n<p>\n\tmaar ook als ze zien dat hun moeder of vader slachtoffer is van mishandeling, dan is dat<\/p>\n<p>\n\tkindermishandeling. Dan moet altijd de juiste hulp worden geboden, maar dat gebeurt nog<\/p>\n<p>\n\tniet. Een derde van de kinderen krijgt niet de juiste hulp. De hulp aan kinderen schiet nog<\/p>\n<p>\n\tsteeds te kort. Dat horen wij ook van agenten. Het scheelt heel erg per regio of per bureau.<\/p>\n<p>\n\tOp sommige plekken kunnen agenten heel goed samenwerken met bijvoorbeeld Bureau<\/p>\n<p>\n\tJeugdzorg of het AMK, maar op andere plekken blijven agenten met jongeren zitten. Ze<\/p>\n<p>\n\tkunnen ze niet kwijt, of ze lopen aan tegen een muur van bureaucratie. Hoe het wel kan, zie<\/p>\n<p>\n\tje bij de kinder- en jeugdtraumacentra. Daar waren er twee van. Er zijn er gelukkig nog<\/p>\n<p>\n\tsteeds twee, al dreigde de instelling in Haarlem te worden gesloten. Mijn collega Kooiman<\/p>\n<p>\n\theeft zich er zeer voor ingezet om die open te houden. Wij zijn erg blij met de brief van de<\/p>\n<p>\n\tstaatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 februari waaruit wij kunnen<\/p>\n<p>\n\tconcluderen dat het Kind- en Jeugdtraumacentrum Haarlem open blijft. Onze complimenten<\/p>\n<p>\n\tdaarvoor.<\/p>\n<p>\n\tBij de bescherming van slachtoffers hoort ook een goede regeling van opvangplaatsen. Die is<\/p>\n<p>\n\tonvoldoende. Ik kreeg van iemand uit Noord-Holland een e-mail. Deze persoon werd voor<\/p>\n<p>\n\topvang naar Emmen verwezen en vervolgens naar Venlo. Dat kan natuurlijk niet. Er is nog<\/p>\n<p>\n\tsteeds een groot tekort aan opvangplaatsen. Ook vanwege een gebrek aan eenduidige<\/p>\n<p>\n\tregistratie in de regio&rsquo;s weten wij nog niet hoe groot dat is, maar het is heel erg duidelijk dat<\/p>\n<p>\n\ter een tekort is. Wij kregen ook nog een brief van de Federatie Opvang. Daarin staat dat de<\/p>\n<p>\n\tvrouwenopvang nog steeds kampt met een structureel gebrek aan capaciteit. Elke dag worden<\/p>\n<p>\n\tverzoeken van vrouwen afgewezen, omdat er geen plek is. De federatie wees op een<\/p>\n<p>\n\twillekeurige dag in oktober, al zal dat niet zo willekeurig zijn geweest. Op die dag moest<\/p>\n<p>\n\topvang worden geweigerd aan 59 vrouwen en 52 kinderen wegens capaciteitsgebrek. Dat<\/p>\n<p>\n\twas een bijzondere dag, maar de federatie verzekert ons dat elke dag sprake is van<\/p>\n<p>\n\tcapaciteitsproblemen. Herkent de minister zich in dat beeld? Klopt dat? Zo ja, wat gebeurt<\/p>\n<p>\n\teraan, want dat is de basis?<\/p>\n<p>\n\tWie zijn vrouw of zijn kinderen slaat, is niet goed bij zijn hoofd. Daders vinden dat gelukkig<\/p>\n<p>\n\tzelf vaak ook, maar ze hebben hulp nodig. Soms willen ze dat niet, soms ook wel. Als<\/p>\n<p>\n\tiemand is veroordeeld, dan is het heel gemakkelijk om therapie verplicht te stellen, maar vaak<\/p>\n<p>\n\tis een veroordeling heel moeilijk rond te krijgen. Er kan een huisverbod worden opgelegd,<\/p>\n<p>\n\tmaar hoe zit het dan met de hulpverlening en de therapie in de tien dagen huisverbod? Heeft<\/p>\n<p>\n\tdat het gewenste effect en hoe zit het na het huisverbod? Hoe zorgen we ervoor dat mensen<\/p>\n<p>\n\thulp willen blijven accepteren? Het is het beste als daders zelf aangeven dat ze hulp willen, al<\/p>\n<p>\n\tkan het een probleem zijn als je dan een eigen bijdrage van &euro;200 moet betalen. Wat vindt de<\/p>\n<p>\n\tminister daarvan?<\/p>\n<p>\n\tIn Eindhoven hebben we gezien hoe het ook kan. Ik doel op de Van Velzen-experimenten,<\/p>\n<p>\n\tvan mijn oud-collega Krista van Velzen. Hier bleek dat reclasseringswerkers erin zijn<\/p>\n<p>\n\tgeslaagd om mensen vrijwillig naar therapie te krijgen. Het was heel knap wat<\/p>\n<p>\n\treclasseringswerkers daar hebben gedaan. Er was wel een probleem, want er was geen<\/p>\n<p>\n\tveroordeling. Toch zijn ze met mensen aan de slag gegaan. De reclasseringwerkers zijn door<\/p>\n<p>\n\tde bureaucratie gegaan. Zij hebben gezegd dat ze dit zouden gaan regelen, met een beroep op<\/p>\n<p>\n\thun eigen beroepseer. Volgens mij waren de Van Velzen-experimenten in Eindhoven een<\/p>\n<p>\n\tgroot succes. Vond de minister dat ook? Zo ja, wat vindt hij er dan van dat die zijn stopgezet?<\/p>\n<p>\n\tIs dat niet eeuwig zonde? Bij die experimenten kreeg de reclassering de ruimte om mensen<\/p>\n<p>\n\tvrijwillig te behandelen. Als mensen vrijwillig meedoen, dan is dat altijd de beste start van<\/p>\n<p>\n\telke therapie. Waarom zijn die experimenten stopgezet? Is de minister bereid om die<\/p>\n<p>\n\texperimenten voort te zetten en landelijk in te voeren?<\/p>\n<p>\n\tBinnenkort komt de landelijke meldcode huiselijk geweld. Mijn fractie was daar altijd een<\/p>\n<p>\n\tgroot voorstander van. Maar er moet ook iets gebeuren met de meldingen van mensen. Het<\/p>\n<p>\n\tSteunpunt Huiselijk Geweld heeft echter een tekort aan capaciteit. Al die wetten, regels en<\/p>\n<p>\n\tplannen zijn fantastisch. De minister komt straks ongetwijfeld met een overzicht van alle<\/p>\n<p>\n\tregels die hij gaat opstellen, maar zonder capaciteit redden wij het niet. Ik heb het dan over<\/p>\n<p>\n\tde capaciteit voor de opvang van vrouwen en kinderen, slachtoffers, maar ook over de<\/p>\n<p>\n\topvang van daders, zeker als ze vrijwillig aan de slag willen.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Huiselijk geweld is een ernstige en veel voorkomende vorm van<\/p>\n<p>\n\tgeweld, die veelal achter de voordeur plaatsvindt en daardoor onzichtbaar blijft voor de<\/p>\n<p>\n\tsamenleving. Het afgelopen decennium is steeds duidelijker geworden dat huiselijk geweld<\/p>\n<p>\n\teen van de meeste omvangrijke geweldsdelicten is binnen onze samenleving en in alle<\/p>\n<p>\n\tgeledingen voorkomt. Het betreft een groot maatschappelijk probleem met ernstige gevolgen<\/p>\n<p>\n\tvoor het dagelijks leven van talloze vrouwen, kinderen, ouderen en mannen. Het is de taak<\/p>\n<p>\n\tvan de overheid om er alles aan te doen om geweld in de huiselijke sfeer te voorkomen en<\/p>\n<p>\n\tslachtoffers te beschermen en te ondersteunen. Alleen op deze manier kan een<\/p>\n<p>\n\tmentaliteitsverandering te weeg worden gebracht en kunnen vrouwen en andere slachtoffers<\/p>\n<p>\n\tvrij van geweld leven. In dat kader wijs ik graag op het door de Raad van Europa, waarvan ik<\/p>\n<p>\n\took lid ben, op 11 mei 2011 gepresenteerde Verdrag over de preventie en bestrijding van<\/p>\n<p>\n\tgeweld tegen vrouwen of huiselijk geweld, de Instanbul-conventie. Dit verdrag staat voor<\/p>\n<p>\n\tondertekening open. Het verdrag is uniek van aard. Het is internationaal het meest<\/p>\n<p>\n\talomvattende juridisch bindende instrument om in het kader van huiselijk geweld actief op te<\/p>\n<p>\n\ttreden op het gebied van preventie, slachtofferhulp en vervolging van daders. Ik heb begin<\/p>\n<p>\n\tnovember 2011, dus vorig jaar, schriftelijke vragen gesteld aan de Nederlandse regering over<\/p>\n<p>\n\teen spoedige ondertekening door Nederland van de Instanbul-conventie. Achttien landen zijn<\/p>\n<p>\n\tons reeds voorgegaan. Dit verdrag ondersteunt het belang van een rijksbreed effectief,<\/p>\n<p>\n\talomvattend en geco&ouml;rdineerd beleid. Ondanks het feit dat er de afgelopen jaren veel is<\/p>\n<p>\n\tbereikt, mede dankzij de Kamer en de maatschappelijke organisaties die zich met huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld bezighouden, en de aanpak van huiselijk geweld, ontbreekt het helaas nog steeds aan<\/p>\n<p>\n\tsamenhang en co&ouml;rdinatie. We worden echt met de stukken om de oren geslagen. Ik heb van<\/p>\n<p>\n\tverschillende departementen een stapel stukken meegenomen, beleidsbrieven, nota&rsquo;s en<\/p>\n<p>\n\tactieplannen, waarin allerlei goede voornemens staan, maar er is geen samenhang en er vindt<\/p>\n<p>\n\tgeen samenwerking plaats tussen de verschillende departementen als het gaat om de aanpak<\/p>\n<p>\n\tvan huiselijk geweld, zowel in het veld als op het niveau van de landelijke en gemeentelijke<\/p>\n<p>\n\toverheden. Wij pleiten daarom voor een landelijk actieplan huiselijk geweld. In het verlengde<\/p>\n<p>\n\tdaarvan pleiten wij ook voor een nationaal rapporteur huiselijk geweld. Ik heb dat eerder al<\/p>\n<p>\n\tgedaan bij het debat over kindermishandeling. Ik hoop dat de Kamer dat ook breed<\/p>\n<p>\n\tondersteunt. Ik krijg daar graag een reactie van de minister op, vooral als het gaat om een<\/p>\n<p>\n\tbreed plan van aanpak voor huiselijk geweld.<\/p>\n<p>\n\tUit de procesevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod komt naar voren dat circa 30% van de<\/p>\n<p>\n\thuisverboden wordt overtreden, terwijl de politie slechts voor circa 11% van de<\/p>\n<p>\n\tovertredingen een proces-verbaal opmaakt. Hoe kan dat? Wat gaat de minister daaraan doen<\/p>\n<p>\n\ten deelt hij de mening dat een belangrijk aandachtspunt bij het huisverbod de handhaving<\/p>\n<p>\n\tervan is? Graag een reactie.<\/p>\n<p>\n\tDan de hulpverlening na een tijdelijk huisverbod. Dat blijkt nog steeds een groot probleem te<\/p>\n<p>\n\tzijn. De behandeling die plaatsvindt in de periode dat een tijdelijk huisverbod van kracht is, is<\/p>\n<p>\n\tdoorgaans onvoldoende om het gedrag te verbeteren en geweld te voorkomen. Een langdurig<\/p>\n<p>\n\ten vrijwillig traject is vaak nodig, maar de eigen bijdrage van pati&euml;nten in de tweedelijns<\/p>\n<p>\n\tgeestelijke gezondheidszorg van &euro;200 per jaar vormt een hoge drempel. We weten, zowel<\/p>\n<p>\n\twat betreft daders als slachtoffers, dat het vaak gaat om mensen met een laag inkomen. Dus is<\/p>\n<p>\n\tde geestelijke gezondheidszorg op deze manier niet toegankelijk voor ze. Ik heb gisteren van<\/p>\n<p>\n\tverschillende gemeenten, vooral grote steden, gehoord dat de kwestie van de eigen bijdrage<\/p>\n<p>\n\tin de ggz echt een groot probleem is als het gaat om hulpverlening. Ik krijg ook daar graag<\/p>\n<p>\n\teen reactie op.<\/p>\n<p>\n\tIk heb door middel van schriftelijke, maar ook mondelinge vragen, al eerder aandacht<\/p>\n<p>\n\tgevraagd voor het Aware-systeem. Wij hadden toen te maken met een alarmbrief van de<\/p>\n<p>\n\tgemeente Capelle aan den IJssel, waaruit bleek dat er lange wachttijden bestonden. Hebben<\/p>\n<p>\n\talle gemeenten zo&rsquo;n alarmsysteem? Wat is de wachttijd? Ik heb inmiddels begrepen dat het<\/p>\n<p>\n\tbij een aantal gemeenten nog steeds een maand duurt voordat een vrouw die wordt gestalkt<\/p>\n<p>\n\tgebruik kan maken van het systeem.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Uiteraard vinden wij deze kwestie allemaal<\/p>\n<p>\n\tverwerpelijk en onacceptabel, dus het lijkt mij dat er geen ruis op de lijn zit tussen de<\/p>\n<p>\n\tpolitieke partijen als het gaat om de aanpak hiervan. Mevrouw Arib gaf aan dat de kwestie<\/p>\n<p>\n\tzich vooral afspeelt bij mensen met lage inkomens, terwijl alle signalen er juist op wijzen dat<\/p>\n<p>\n\tdit in alle lagen van de bevolking voorkomt. Deelt de PvdA dit?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Ja, Huiselijk geweld en kindermishandeling komen in alle lagen van<\/p>\n<p>\n\tde samenleving voor, maar ik doelde vooral op de relatie tot de eigen bijdrage. Voor mensen<\/p>\n<p>\n\tmet een laag inkomen vormt dat een groot probleem. Dank overigens voor de interruptie,<\/p>\n<p>\n\twant anders gaat dit misschien een eigen leven leiden.<\/p>\n<p>\n\tDan nog iets over het Steunpunt huiselijk geweld. De meldcode komt eraan. De meldpunten<\/p>\n<p>\n\tkindermishandeling worden wettelijk verankerd, maar hoe staat het met het Steunpunt<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld? Wordt dat ook wettelijk verankerd? Op een gegeven moment moeten ze<\/p>\n<p>\n\tworden samengevoegd. De ene is dan wel wettelijk verankerd, maar de andere niet. Hoe zit<\/p>\n<p>\n\tdat?<\/p>\n<p>\n\tDan het 0900-nummer. Als je belt naar het Steunpunt huiselijk geweld, maar ook als je belt<\/p>\n<p>\n\tnaar het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, dan kost dat geld. Dat werkt<\/p>\n<p>\n\tbelemmerend voor kinderen en slachtoffers van huiselijk geweld. Wat vindt de minister<\/p>\n<p>\n\tdaarvan?<\/p>\n<p>\n\tGisteren kregen wij een brief over de moord in Zierikzee. Daarover hebben wij met de vorige<\/p>\n<p>\n\tminister heftige debatten gehad. Er zijn fouten gemaakt. Het is goed dat die worden erkend,<\/p>\n<p>\n\tmaar ik ben heel benieuwd welke lessen eruit worden getrokken voor de toekomst, te meer<\/p>\n<p>\n\tomdat ik las dat daders van geweld soms toch, al hebben ze een gebiedsverbod, verschijnen<\/p>\n<p>\n\tin de omgeving van slachtoffers.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Er is al veel gezegd. Ik heb nog een aantal<\/p>\n<p>\n\taanvullende vragen. Hier en daar is er wat overlap, maar dat moet u me maar vergeven,<\/p>\n<p>\n\tvoorzitter.<\/p>\n<p>\n\tUit de procesevaluatie van de Wet tijdelijk huisverbod blijkt dat het tijdelijk huisverbod<\/p>\n<p>\n\tnauwelijks wordt ingezet in situaties waarbij alleen het kind slachtoffer is van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld. Op aandringen van mijn collega Brigitte van der Burg heeft staatssecretaris Teeven<\/p>\n<p>\n\teerder gesteld dat hij het tijdelijk huisverbod ook in die situaties vaker wil inzetten. Kan de<\/p>\n<p>\n\tminister aangeven of dit inderdaad vaker wordt toegepast? En kan er al iets gezegd worden<\/p>\n<p>\n\tover de effectiviteit ervan? Meer in het algemeen stelt de Federatie Opvang dat de<\/p>\n<p>\n\teffectiviteit van het landelijk beleid en het einddoel, namelijk een vermindering van de ernst<\/p>\n<p>\n\ten omvang van huiselijk geweld, niet eenduidig zijn. Ook zou er te weinig aandacht uitgaan<\/p>\n<p>\n\tnaar een sluitend en effectief zorgaanbod. Mijn vraag aan de minister: Hoe meten we het te<\/p>\n<p>\n\tbereiken einddoel? Op basis van welke indicatoren kan worden vastgesteld of we op de goede<\/p>\n<p>\n\tweg zijn? Hoe wordt er nu precies gemonitord? Is het ook voor de Kamer gemakkelijker om<\/p>\n<p>\n\tinzicht te krijgen in de problematiek en de oplossing ervan?<\/p>\n<p>\n\tMedio december heeft de staatssecretaris aangegeven dat de huisverbodprocedure<\/p>\n<p>\n\teenvoudiger kan, maar de details heb ik nog niet helemaal op mijn netvlies. Klopt dat? Zo ja,<\/p>\n<p>\n\twat is de stand van zaken hiervan?<\/p>\n<p>\n\tDan de politiecapaciteit. Vaak wordt gesteld dat het huisverbod veel capaciteit van de politie<\/p>\n<p>\n\tvraagt. Uit onderzoek blijkt echter &#8212; dat staat ook in het schriftelijk verslag &#8212; dat het<\/p>\n<p>\n\topleggen van een tijdelijk huisverbod, in tegenstelling tot wat men dacht, maar weinig<\/p>\n<p>\n\tcapaciteit vraagt van het eerstelijns politiewerk, namelijk zo&rsquo;n 14 fte&#39;s op jaarbasis. Hoe kijkt<\/p>\n<p>\n\tde minister hier tegenaan? Hoe staat het met de informatiepositie van de burgemeester? Zou<\/p>\n<p>\n\teen burgemeester zich ook door anderen dan alleen de politie kunnen laten informeren? Zo<\/p>\n<p>\n\tja, door wie? En werkt dit in de praktijk?<\/p>\n<p>\n\tHelaas moeten we vaststellen dat het bij huiselijk geweld vaak gaat om daders van generatie<\/p>\n<p>\n\top generatie. Slecht voorbeeld doet slecht volgen in dit geval. Het lijkt soms een vicieuze<\/p>\n<p>\n\tcirkel te zijn. Hoe doorbreken we dit? Wordt hierover beleidsmatig nagedacht? Wat doen we<\/p>\n<p>\n\teigenlijk met een dader als er een huisverbod is opgelegd? Wie draait er op voor de kosten<\/p>\n<p>\n\tvan opvang van de dader? De belastingbetaler of de dader zelf als dat mogelijk is? Ik heb<\/p>\n<p>\n\tdaar geen zicht op, maar ik wil er wel meer informatie over.<\/p>\n<p>\n\tWat is in dit alles de rol van het veiligheidshuis? Zijn veiligheidshuizen van toegevoegde<\/p>\n<p>\n\twaarde in dezen? Is het voldoende? Of zijn er nog aandachtspunten voor de veiligheidshuizen<\/p>\n<p>\n\tals het gaat om deze problematiek?<\/p>\n<p>\n\tDe staatssecretaris van VWS spreekt over een meldcode tegen huisgenoten. Dit is<\/p>\n<p>\n\tgesignaleerd door professionals. Kan de minister aangeven in welke sectoren deze meldcode<\/p>\n<p>\n\tvan kracht zou moeten zijn? Overigens is de VVD van mening dat het een meldplicht zou<\/p>\n<p>\n\tmoeten zijn. Kan de minister dit nogmaals onder de aandacht brengen van de staatssecretaris?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Ik kan heel ver meevoelen met een meldplicht, maar ik zie wel een<\/p>\n<p>\n\tprobleem, namelijk dat mensen niet meer naar een arts durven. Wat vindt de VVD daarvan?<\/p>\n<p>\n\tDan maken we het probleem namelijk groter in plaats van het op te lossen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): Hierover hebben mijn collega&rsquo;s Van der Burg en<\/p>\n<p>\n\tVenrooy al vele malen met andere collega&rsquo;s, ook met de heer Van Raak, gesproken. Het staat<\/p>\n<p>\n\tmij vrij om deze minister te verzoeken om de kwestie met de staatssecretaris te bespreken.<\/p>\n<p>\n\tOns probleem zit in het feit dat de meldcode uiteindelijk &#8212; nu wordt het opeens een<\/p>\n<p>\n\tverplichte meldcode genoemd &#8212; te vrijblijvend is, terwijl uit alle onderzoeken blijkt dat het<\/p>\n<p>\n\taantal mishandelingen veel groter is in vergelijking met het aantal meldingen. Tevens blijkt<\/p>\n<p>\n\tdat er vanuit de zorg, ondanks alle goede bedoelingen, soms niet wordt gemeld, in de zin van:<\/p>\n<p>\n\tDan houden wij het een beetje bij ons. Daar zit wat ons betreft licht tussen. Uiteindelijk<\/p>\n<p>\n\thebben wij overigens allemaal hetzelfde doel.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): We moeten de debatten niet opnieuw gaan doen, zeker niet als<\/p>\n<p>\n\tanderen het misschien beter hebben gedaan, maar is het dan niet meer een cultuurkwestie, in<\/p>\n<p>\n\tde zin dat artsen laks zijn of het vervelend of moeilijk vinden? Moeten wij daar niet een<\/p>\n<p>\n\toplossing voor vinden? Moeten we de artsen voorts niet de professionele ruimte bieden om in<\/p>\n<p>\n\tbepaalde gevallen af te wijken, om de doodeenvoudige reden dat vrouwen anders helemaal<\/p>\n<p>\n\tnergens meer terecht kunnen?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis-Plasschaert (VVD): &hellip; en mannen. Die discussie kunnen we dunnetjes<\/p>\n<p>\n\toverdoen, maar de vraag is hoe lang je hierop moet wachten en hoe lang we al wachten. Ik<\/p>\n<p>\n\tvraag de minister deze kwestie nog een keer met de staatssecretaris te bespreken.<\/p>\n<p>\n\tTen slotte kom ik bij de aansluiting tussen de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak.<\/p>\n<p>\n\tDie blijft belangrijk. Het verschilt per regio hoe goed het op dit vlak gaat. In sommige regio&rsquo;s<\/p>\n<p>\n\tzien we nog steeds dat het bestuurlijke verhaal meer vanuit de zorg wordt aangevlogen,<\/p>\n<p>\n\tterwijl bijvoorbeeld het OM graag al in een vroeg stadium betrokken wil worden ten behoeve<\/p>\n<p>\n\tvan een strafrechtelijk onderzoek. Is de minister dat mij eens? Wel heb ik trouwens begrepen<\/p>\n<p>\n\tdat als het gaat om de snelheid &#8212; het binnen maximaal 28 dagen van de grond krijgen van een<\/p>\n<p>\n\tstrafrechtelijk traject &#8212; de ontwikkelingen op het vlak van ZSM goede mogelijkheden bieden.<\/p>\n<p>\n\tDat is weer een compliment.<\/p>\n<p>\n\tEen allerlaatste vraag: kunnen we ervan uitgaan dat het ministerie van V en J de landelijke<\/p>\n<p>\n\tuitrol van B-SAFER van de Nederlandse reclassering gaat financieren?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Voortman (GroenLinks): In de loop van de jaren is er veel verbeterd op het gebied<\/p>\n<p>\n\tvan huiselijk geweld. Hulpverleners, gemeenten, politie en justitie hebben eindelijk een<\/p>\n<p>\n\tgevoel van urgentie voor de aanpak van huiselijk geweld gekregen, maar er is nog veel te<\/p>\n<p>\n\tverbeteren. De onderzoeken die wij vandaag bespreken, geven een duidelijk, maar ook<\/p>\n<p>\n\tontstellend beeld van de ernst van de aard en omvang van huiselijk geweld. Ik hoef de cijfers<\/p>\n<p>\n\tdie mijn collega&rsquo;s naar voren hebben gebracht niet te herhalen om dat duidelijk te maken. Het<\/p>\n<p>\n\ttijdelijk huisverbod is effectief. Niet alleen geeft het ruimte voor hulpverlening aan<\/p>\n<p>\n\tslachtoffers en daders, ook brengt het hulpverleners bij elkaar en dat is goed voor de<\/p>\n<p>\n\tsamenwerking. Maar het neveneffect dat het huisverbod strafzaken genereert, moet wat ons<\/p>\n<p>\n\tbetreft worden verhelderd. Wij zitten er niet op te wachten dat het positieve effect van het<\/p>\n<p>\n\ttijdelijk huisverbod ongedaan wordt gemaakt door de repressieve strafrechtelijke ingreep.<\/p>\n<p>\n\tDaarom ben ik benieuwd wat Reclassering Nederland kan betekenen bij de uitvoering van het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod en de begeleiding bij het strafrechtelijke traject.<\/p>\n<p>\n\tBetaalt het ministerie van V en J ook de landelijke uitrol van het project B-SAFER van<\/p>\n<p>\n\tReclassering Nederland? Dit diagnostisch instrumentarium is immers effectief gebleken.<\/p>\n<p>\n\tAlles staat of valt met de financi&euml;le middelen. De hulpverlening moet paraat staan en soms<\/p>\n<p>\n\tbestaat er behoefte aan serieus beveiligde opvangvoorzieningen. Daaraan bestaat nog steeds<\/p>\n<p>\n\teen prangend gebrek. De heer Van Raak wees erop dat er ook op allerlei andere plekken een<\/p>\n<p>\n\tcapaciteitsprobleem is. Ik sluit mij daarbij aan. In sommige gevallen is de dreiging enorm, zo<\/p>\n<p>\n\tenorm dat het stelsel van bewaken en beveiligen in de rede ligt. Hoe vaak wordt dit stelsel<\/p>\n<p>\n\tvoor huiselijk geweld ingezet? Weten alle betrokkenen dat deze mogelijkheid bestaat? Zo<\/p>\n<p>\n\tneen, wat gaat de minister hieraan veranderen?<\/p>\n<p>\n\tEen ander probleem bij huiselijk geweld is de bespreekbaarheid. De Nederlandse Vrouwen<\/p>\n<p>\n\tRaad heeft daarom het project Doorbreek Huiselijk Geweld opgezet. Graag hoor ik hoe de<\/p>\n<p>\n\tminister dit project beoordeelt en hoe hij de toekomst ervan ziet. Wat ons betreft moeten wij<\/p>\n<p>\n\tvoorbij de fase van projecten ook bekijken hoe zaken structureel kunnen worden geborgd.<\/p>\n<p>\n\tTen aanzien van de decentralisatie naar gemeenten heb ik ook nog een aantal vragen, want<\/p>\n<p>\n\tdie vermindert het zicht op de landelijke huiselijk-geweldaanpak. Hoe voorkomen wij een<\/p>\n<p>\n\tverdere versplintering in een situatie van gedecentraliseerde zorg, een nationale politie en<\/p>\n<p>\n\tjustitie en landelijke financiering in het kader van onder andere de Zorgverzekeringswet? Hoe<\/p>\n<p>\n\tgaranderen wij dat overal in het land voldoende hulpaanbod aanwezig is en dat de<\/p>\n<p>\n\topgebouwde infrastructuur, capaciteit en laagdrempeligheid bij decentralisatie behouden<\/p>\n<p>\n\tblijven, ook in tijden van bezuinigingen? Hoe waarborgen wij dat het hulpaanbod ook voor<\/p>\n<p>\n\tslachtoffers met inkomens op een lager niveau dan het minimumloon toegankelijk blijft en<\/p>\n<p>\n\tniet door de heffing van een eigen bijdrage wordt aangetast? Graag een reactie van de<\/p>\n<p>\n\tminister.<\/p>\n<p>\n\tDan een vraag over de eigen bijdrage van vrouwen in de vrouwenopvang. Veel vrouwen<\/p>\n<p>\n\thebben als gevolg van langdurig ernstig geweld psychische klachten. Het faciliteren van en<\/p>\n<p>\n\tdoorverwijzen naar ggz-hulp is een van de diensten die de vrouwenopvang deze vrouwen<\/p>\n<p>\n\tbiedt om hen weer de regie over het eigen leven te geven en de opvoeding van de kinderen<\/p>\n<p>\n\tweer te laten oppakken. Door de heffing van een eigen bijdrage voor ggz-hulp wordt deze<\/p>\n<p>\n\tgroep vrouwen de toegang tot noodzakelijke hulp belemmerd. Hoe denkt de minister hiermee<\/p>\n<p>\n\tom te gaan?<\/p>\n<p>\n\tDan de laagdrempeligheid. Het is heel belangrijk dat melden zo laagdrempelig mogelijk kan<\/p>\n<p>\n\tgebeuren. Wij hebben het hier gisteren in het debat over seksueel geweld bij mensen met een<\/p>\n<p>\n\tbeperking ook al over gehad. Ik deel de mening van mevrouw Arib dat wij er zorg voor<\/p>\n<p>\n\tmoeten dragen dat melden zo laagdrempelig mogelijk kan gebeuren. Daarin past het niet om<\/p>\n<p>\n\tvoor telefonische hulplijnen geld te vragen. Ik hoor graag van de minister of hij daar een<\/p>\n<p>\n\toplossing voor heeft.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Voorzitter. Het is al weer<\/p>\n<p>\n\teen poos geleden dat wij spraken over de blijf-van-mijn-lijf-huizen; de strafrechtelijke<\/p>\n<p>\n\taanpak van huiselijk geweld is inmiddels sterk in beeld gekomen. Dat is goed. Tegenwoordig<\/p>\n<p>\n\tspreken we niet meer over vrouwenopvang, maar over de ketenaanpak huiselijk geweld. De<\/p>\n<p>\n\tChristenUnie constateert dat die ketenbenadering voortdurend onder druk staat. Ontzettend<\/p>\n<p>\n\tveel mensen, organisaties, ministeries en gemeenten zijn betrokken bij de ketenaanpak, maar<\/p>\n<p>\n\tdat brengt enige verdeeldheid met zich, bijvoorbeeld wat betreft de instelling van de<\/p>\n<p>\n\tsteunpunten huiselijk geweld. Die zijn heel goed, maar ze zijn sterk verbonden met de GGD<\/p>\n<p>\n\ten daarmee met veiligheid en veiligheidsregio&rsquo;s. De vrouwenopvang is op een heel andere<\/p>\n<p>\n\tschaal verdeeld en georganiseerd. Deze benadert de aanpak veel meer vanuit de zorgvraag,<\/p>\n<p>\n\twaarbij het allemaal draait om laagdrempeligheid en hulp. De ChristenUnie benadrukt het<\/p>\n<p>\n\tbelang van samenhang in beleidsmaatregelen en evenwicht in beleid rondom enerzijds de<\/p>\n<p>\n\tstrafrechtelijke aanpak en anderzijds de zorg en opvang. Met 200.000 slachtoffers red je het<\/p>\n<p>\n\tniet alleen met daderaanpak. De samenhang aan beleidsmaatregelen ontbreekt op dit moment<\/p>\n<p>\n\tnog te veel. Dat is ook terug te vinden in het onderzoeksrapport. Er zijn de afgelopen jaren<\/p>\n<p>\n\tgoede maatregelen getroffen, maar niemand kent precies de effecten ervan. Gemeenten en<\/p>\n<p>\n\tregio&rsquo;s doen nu afzonderlijk onderzoekjes, maar dat moet veel meer landelijk en regionaal<\/p>\n<p>\n\tgestuurd moeten worden. Ook moet er duidelijkheid zijn over wat je meet en waarom.<\/p>\n<p>\n\tOverheid en veldpartijen moeten daarom eerst een gemeenschappelijke visie en<\/p>\n<p>\n\tgemeenschappelijke doelen formuleren. Welke resultaten willen we bereiken? Welke<\/p>\n<p>\n\tmeetbare indicatoren gebruiken we hiervoor? Er moet focus worden aangebracht in het<\/p>\n<p>\n\tbeleid. Een nationaal actieplan, gemonitord door een nationaal rapporteur, vindt de<\/p>\n<p>\n\tChristenUnie een goed middel daartoe. Er liggen voldoende bouwstenen bij VWS en Justitie.<\/p>\n<p>\n\tEuropese verdragen moedigen lidstaten aan om tot een actieplan te komen. Ook ik heb het<\/p>\n<p>\n\tadvies over het stelselonderzoek meegenomen. Dat moet leiden tot afspraken tussen VNG en<\/p>\n<p>\n\tde sector, maar op bepaalde onderdelen is rijkssturing nodig, zegt het advies, bijvoorbeeld<\/p>\n<p>\n\twaar het crisisopvang betreft of bijzondere vormen van opvang. De landelijke infrastructuur<\/p>\n<p>\n\tmoeten we behouden. Verdere versnippering van hulp en financiering moeten we<\/p>\n<p>\n\tvoorkomen. Ik ben blij dat minister Opstelten in zijn brieven regelmatig naar het<\/p>\n<p>\n\tstelselonderzoek verwijst, maar het valt op dat staatssecretaris Veldhuijzen in haar reactie op<\/p>\n<p>\n\thet advies vooral doorverwijst naar gemeenten. En zo lijkt een hete aardappel te worden<\/p>\n<p>\n\tdoorgegeven en blijft het gebrek aan samenhang in stand. Geen kwaad woord over<\/p>\n<p>\n\tgemeenten, maar gemeenten kijken vooral lokaal en als het meezit regionaal. Maar veiligheid<\/p>\n<p>\n\tmoet vooropstaan. Alleen vrouwenopvang vanuit de eigen regio staat dat in de weg, want<\/p>\n<p>\n\tsommige vrouwen zijn in eigen regio simpelweg niet veilig. Hoe ziet de minister de rol van<\/p>\n<p>\n\thet Rijk?<\/p>\n<p>\n\tIk wijs ook op het capaciteitstekort in de opvang. Er zijn vrouwen die veel te lang in een<\/p>\n<p>\n\tnoodbed verblijven, terwijl zo&rsquo;n bed eigenlijk is bedoeld voor een paar nachten. Het gaat niet<\/p>\n<p>\n\taan dat vrouwen daar weken in moeten doorbrengen, want dat leidt tot achterstand en tekort<\/p>\n<p>\n\taan goede en passende hulpverlening.<\/p>\n<p>\n\tIk ben blij met het beschikbare geld voor de aanpak van huiselijk geweld. Ik heb wel het idee<\/p>\n<p>\n\tdat de focus vooral op de voorkant ligt, op wat er achter de voordeur gebeurt, terwijl er te<\/p>\n<p>\n\tweinig aandacht is voor opvang en preventie, maar dat is de echte voorkant. Vorige week<\/p>\n<p>\n\tvrijdag was ik nog in een vrouwenopvangcentrum. Het geluid dat ik daar hoorde en waardoor<\/p>\n<p>\n\tik bijna van mijn stoel viel van verbazing, was dat er eigenlijk nauwelijks oog is voor<\/p>\n<p>\n\tkinderen in de opvang. Toch moeten ook kinderen die in de opvang zitten, als cli&euml;nt worden<\/p>\n<p>\n\tgezien. Ik heb begrepen dat er nu slechts &euro;1 beschikbaar is voor kinderen. Of je als vrouw nu<\/p>\n<p>\n\tmet een of meer kinderen binnenkomt, er is slechts &euro;1 beschikbaar voor de kinderen. Dat is<\/p>\n<p>\n\techt te weinig. Bureau Jeugdzorg wordt er wel bij betrokken, maar dat heeft vaak geen geld<\/p>\n<p>\n\tbeschikbaar voor kinderen van buiten de regio. Als er wat wordt verstrekt, dan gebeurt het<\/p>\n<p>\n\tpas na weken. Het zou heel mooi zijn als er gezinsfinanciering beschikbaar komt bij de<\/p>\n<p>\n\taanpak van huiselijk geweld. Misschien kunnen wij een pilot starten, aan te sturen van<\/p>\n<p>\n\tbovenaf, of een experiment in het kader van de decentralisatie van de jeugdzorg. Mensen<\/p>\n<p>\n\tblijven nog te veel in kokers denken.<\/p>\n<p>\n\tVorige week in de opvang hoorde ik ook over de gevolgen van de afschaffing van de<\/p>\n<p>\n\ttolkenvergoeding. Spreken met een tolk vraagt veel tijd. VWS heeft een streep gezet door de<\/p>\n<p>\n\ttolkenvergoeding als bezuiniging, maar ik kan me voorstellen dat minister Opstelten daar last<\/p>\n<p>\n\tvan gaat krijgen. Een tolk heeft namelijk grote meerwaarde. Ik ben heel benieuwd wat de<\/p>\n<p>\n\tminister daarmee gaat doen.<\/p>\n<p>\n\tHuiselijk geweld is ook een groot probleem op de BES-eilanden. Mijn collega, mevrouw<\/p>\n<p>\n\tOrtega, heeft er al vragen over gesteld. Ik heb begrepen dat een en ander wordt<\/p>\n<p>\n\tteruggekoppeld naar VWS. Op die eilanden maken zelfs politieagenten zich schuldig aan<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld. Men is zich daar nog te weinig bewust van het probleem van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld en wat je eraan kunt doen. Ik ben benieuwd wat de minister op de BES-eilanden gaat<\/p>\n<p>\n\tdoen wat dit betreft.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tIk meld me nu af, voorzitter, want er vinden heel veel AO&rsquo;s tegelijkertijd plaats. De<\/p>\n<p>\n\tantwoorden op deze kwestie zal ik met aandacht terugluisteren en lezen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe voorzitter: Dames en heren, wij gaan weer verder. Het woord is aan de minister van<\/p>\n<p>\n\tVeiligheid en Justitie. Ook in deze termijn sta ik twee interrupties per fractie toe.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Voorzitter. Ik dank de geachte afgevaardigden voor hun bijdrage over dit<\/p>\n<p>\n\took voor het kabinet en met name een aantal collega&rsquo;s belangrijke onderwerp. Ik spreek<\/p>\n<p>\n\tnamens vier collega&rsquo;s, de collega&rsquo;s van VWS, de staatssecretaris van OCW en minister Leers,<\/p>\n<p>\n\tsinds hij de portefeuille van Integratie heeft. Geweld in huiselijke kring pakken wij<\/p>\n<p>\n\tgezamenlijk aan. De Kamer vraagt daar ook om. Ik wil er ook helder over zijn. We hebben de<\/p>\n<p>\n\tKamer hierover ge&iuml;nformeerd in brief van 24 oktober, naar aanleiding van de beleidsevaluatie<\/p>\n<p>\n\tvan het Landelijk beleid huiselijk geweld. Het is een aanpak van ons allemaal, schouder aan<\/p>\n<p>\n\tschouder zeg ik er beeldend bij. Ik trek dat ook door. De rijksbrede aanpak richt zich op alle<\/p>\n<p>\n\tvormen van geweld in huiselijke kring, zoals partnergeweld, kindermishandeling,<\/p>\n<p>\n\thuwelijksdwang, eergerelateerd geweld, oudermishandeling en vrouwelijke genitale<\/p>\n<p>\n\tverminking. Ikzelf, VWS, OCW en IIA slaan de handen daarvoor ineen. Ik wil dat<\/p>\n<p>\n\tnadrukkelijk zeggen. Door een gezamenlijke inzet vanuit ieders verantwoordelijkheid pakken<\/p>\n<p>\n\twij het probleem effectiever en effici&euml;nter aan. Wij hebben nog niet voor alles de steen der<\/p>\n<p>\n\twijzen gevonden als het gaat om door de Kamer aangegeven punten, maar we zijn bezig om<\/p>\n<p>\n\tsamenhang te cre&euml;ren, ook op andere onderdelen. We willen Kamer en veld echter niet<\/p>\n<p>\n\tbelasten met verschillende plannen van aanpak vanuit verschillende verantwoordelijkheden,<\/p>\n<p>\n\twant dan is de samenhang niet meer te vinden. De Kamer moet ons daar ook even de ruimte<\/p>\n<p>\n\tvoor geven. Drie pijlers zijn wat ons betreft richtinggevend. Dat hebben wij ook duidelijk<\/p>\n<p>\n\taangeven. Ook in die zin is er al consistentie. Ik doel op een gerichte aanpak van de daders,<\/p>\n<p>\n\thet versterken van de positie van de slachtoffers en het doorbreken van de intergenerationele<\/p>\n<p>\n\toverdracht van geweld in de huiselijke kring.<\/p>\n<p>\n\tDe cijfers heb ik uiteraard bij de hand, maar ik ga die niet nog eens herhalen, want de Kamer<\/p>\n<p>\n\tzit daar net zo goed in. Daarmee is de problematiek en de scherpte ook aangegeven, evenals<\/p>\n<p>\n\twat noodzakelijk is. Ik zeg &quot;ja&quot; tegen het verzoek om een nationale aanpak. Dat zeg ik met<\/p>\n<p>\n\tmijn collega&rsquo;s. Ik ben bereid om nadere afspraken met de Kamer te maken over de verdere<\/p>\n<p>\n\tvormgeving ervan. Mijn collega&rsquo;s en ik krijgen wat dat betreft graag een steuntje in de rug,<\/p>\n<p>\n\twant dan kunnen wij op zoek naar een goede balans. Wat de Kamer op dit punt vraagt, is dus<\/p>\n<p>\n\tprecies waar wij naar toe willen.<\/p>\n<p>\n\tDan een kwestie waarover ik iets anders denk. Dat betreft de nationaal rapporteur huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld, waar mevrouw Arib en mevrouw Berndsen nadrukkelijk om hebben gevraagd. De<\/p>\n<p>\n\theer Holtackers heeft aangegeven dat hij wat dit betreft in een dilemma zit en dat hij nog aan<\/p>\n<p>\n\thet nadenken is. De functie van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, ook gericht op<\/p>\n<p>\n\tkinderpornografie, wordt uitgebreid naar het terrein van seksueel geweld tegen kinderen. In<\/p>\n<p>\n\tdie zin moeten wij ook focussen. De concrete uitwerking vindt op dit moment plaats.<\/p>\n<p>\n\tDaarover hebben wij afspraken gemaakt. Ik zal de Kamer daarover informeren. Op zichzelf<\/p>\n<p>\n\tvind ik het dus niet zo logisch om wat deze kwestie betreft meteen met rapporteurs te komen.<\/p>\n<p>\n\tIk wil eerst de focus en de lijn van ons beleid op dit punt nader vorm geven. Daar zijn wij<\/p>\n<p>\n\took mee bezig. Ik denk ook aan een vorm van integrale monitoring. Of dat nu via een<\/p>\n<p>\n\trapporteur gebeurt, of via monitoring met behulp van een systeem, vind ik niet zo essentieel,<\/p>\n<p>\n\tmaar ik ben er niet voor om nu weer een institutie in het leven te roepen. Het lijkt mij veel<\/p>\n<p>\n\tbeter om de kosten die dit met zich brengt in te zetten voor de aanpak, alles in een goede<\/p>\n<p>\n\tbalans. Ik heb begrepen dat de staatssecretaris van VWS in gelijke bewoordingen heeft<\/p>\n<p>\n\tgesproken. We gaan nu dus investeren in de uitvoering van alle beschreven acties in de<\/p>\n<p>\n\trichting van deze belangrijke problematiek. Daar moeten de belangrijkste investeringen<\/p>\n<p>\n\tplaatsvinden.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): De minister spreekt over een nationale aanpak, maar betekent dit<\/p>\n<p>\n\teen nationaal actieplan? Hij stelt ook dat er sprake is van versnippering. De nationale<\/p>\n<p>\n\toverheid trekt zich wat meer terug. Er wordt meer en meer overgelaten aan de lokale<\/p>\n<p>\n\toverheden. Het hoeft van mij niet per se een nationaal rapporteur te zijn. Er hoeft geen<\/p>\n<p>\n\tinstitutie te komen, maar het is wel van belang dat de samenhang wordt gemonitord en dat<\/p>\n<p>\n\tbest practises worden herkend en met elkaar gedeeld. Dat is belangrijker dan bakkeleien over<\/p>\n<p>\n\teen institutie.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik ben erg gelukkig met die interventie van mevrouw Berndsen. We<\/p>\n<p>\n\thebben het dus niet over de definitie van een institutie of de wijze waarop je monitort.<\/p>\n<p>\n\tNatuurlijk vind ook ik, net als mijn collega&rsquo;s, dat wij moeten monitoren, want we moeten<\/p>\n<p>\n\tweten waarover wij het hebben. Dit is een te serieus probleem. Of je het nu een deltaplan<\/p>\n<p>\n\tnoemt of een nationaal actieplan, het gaat ons om een nationale aanpak, schouder aan<\/p>\n<p>\n\tschouder met zijn vieren. Daar willen wij de ruimte voor. Sterker kan niet, al mag de Kamer<\/p>\n<p>\n\tdaarover met mij van mening verschillen. Wij willen wel graag weten op welke punten we<\/p>\n<p>\n\tmoeten focussen en welke resultaten we moeten laten zien. Dan monitoren wij uiteraard<\/p>\n<p>\n\tvanzelfsprekend. Ik wil ook niet zonder monitoring werken, want ik wil weten wat de<\/p>\n<p>\n\tresultaten van onze aanpak en ons beleid zijn.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): Ik ken deze minister zo ontzettend van de actie. Het zou dus heel<\/p>\n<p>\n\tmooi zijn als hij de term &quot;actieplan&quot; in de brief die hij van de Federatie Opvang heeft<\/p>\n<p>\n\tgekregen en die heel breed wordt gedragen, zou overnemen. Dat geeft meer aan dan een<\/p>\n<p>\n\tnationaal plan. Het past ook beter bij deze minister.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik houd niet zo van de term &quot;plan&quot;, wel van de term &quot;nationaal<\/p>\n<p>\n\tactieprogramma&quot;. Dan vermijd je het woord &quot;plan&quot; maar laten we daar verder niet over<\/p>\n<p>\n\tstrijden. Ik zeg wel toe dat wij nog meer dan wij tot nu toe hebben gedaan &#8212; vandaar ook dit<\/p>\n<p>\n\toverleg, want dan luisteren wij uiteraard en er verandert altijd wel iets als wij met de Kamer<\/p>\n<p>\n\tspreken en wij krijgen dan ook impulsen &#8212; de impulsen vanuit de Kamer meenemen en bij<\/p>\n<p>\n\tmijn collega&rsquo;s neerleggen. Dan kunnen wij daarna tot een nieuwe rapportage komen. Of je<\/p>\n<p>\n\tdat nu al of niet een actieprogramma noemt, dat vind ik niet zo&rsquo;n punt. Wij hebben in ieder<\/p>\n<p>\n\tgeval het gevoel dat wij bezig zijn op de manier waar de federatie om vraagt. Het gaat om<\/p>\n<p>\n\twat er in het stuk staat. We willen focussen en we willen een actieprogramma als daarmee<\/p>\n<p>\n\t&quot;doen&quot; wordt bedoeld. Ik wil duidelijker aangeven welke doelen wij bereiken, langs welke<\/p>\n<p>\n\tweg wij dat doen en op welke manier wij keuzen maken, want niet alles kan. Daar moet je<\/p>\n<p>\n\took duidelijk in zijn.<\/p>\n<p>\n\tEr is ook een modelaanpak. De gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol. Ook dat moeten<\/p>\n<p>\n\twij monitoren. Wij moeten goede afspraken met gemeenten maken, maar wij moeten ze ook<\/p>\n<p>\n\tin de positie brengen dat zij iets kunnen doen. Daarvoor is een modelaanpak opgesteld. Deze<\/p>\n<p>\n\tis digitaal beschikbaar gesteld, onder meer via de website <u><a href=\"http:\/\/www.huiselijkgeweld.nl\" target=\"_blank\">www.huiselijkgeweld.nl<\/a><\/u> en de<\/p>\n<p>\n\twebsite van de VNG. We hebben ook gemeenschappelijke bijeenkomsten georganiseerd over<\/p>\n<p>\n\tde modelaanpak. Er is sprake van een data-aanpak. Er is een Databank Effectieve interventies<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld gelanceerd. Er zijn best practises uitgewisseld die succesvol zijn. Met<\/p>\n<p>\n\tbehulp van de databank kan een professional vaststellen of de methode geschikt is voor een<\/p>\n<p>\n\tbepaalde situatie. Langs die weg kunnen wij werken. Ik hoop dat wij daarover<\/p>\n<p>\n\tovereenstemming hebben met de Kamer, want dat vind ik belangrijk. Ik hoop dat de Kamer<\/p>\n<p>\n\thet gevoel heeft dat de bewindslieden op de goede koers liggen, dat zij de bewindslieden<\/p>\n<p>\n\tdaarin steunt en dat zij ze vraagt om op de aangegeven manier te monitoren en te rapporteren.<\/p>\n<p>\n\tIk ben daartoe in ieder geval gaarne bereid. Als dit een aanpak zou kunnen zijn, dan voel ik<\/p>\n<p>\n\tmij daar zeer bij thuis. In de rapportages moet een en ander ook zo concreet mogelijk worden<\/p>\n<p>\n\tgemaakt.<\/p>\n<p>\n\tIk kom dan bij de andere zaken die in dit verband aan de orde zijn geweest. Eerst het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod. Mevrouw Hennis sprak over de toezegging van de staatssecretaris. Die<\/p>\n<p>\n\ttoezegging is helemaal conform mijn gedachten over een vereenvoudiging van de<\/p>\n<p>\n\thuisverbodprocedures. Het opleggen van een huisverbod is een intensieve procedure. Ik heb<\/p>\n<p>\n\thet vroeger vanuit de praktijk meegemaakt, ook wat betreft de afweging die werd gemaakt<\/p>\n<p>\n\tvoordat er werd gestart. Dat komt onder andere door de reistijd, het voeren van gesprekken<\/p>\n<p>\n\tmet de betrokken personen, het schrijven van het proces-verbaal en de beschikking. Dit zijn<\/p>\n<p>\n\tbelangrijke elementen van een zorgvuldige procedure. Qua zorgvuldigheid wil ik daar niets<\/p>\n<p>\n\taan veranderen. De vereenvoudiging van de procedure zit vooral in het versimpelen van de<\/p>\n<p>\n\tbureaucratische tendentie en het modelleren van werkprocessen en systemen. Ik doel daarbij<\/p>\n<p>\n\top de administratieve processen. Het afgelopen jaar is in het kader van het Landelijk<\/p>\n<p>\n\tprogramma Huiselijk Geweld en de Politietaak ingezet op vereenvoudiging van het<\/p>\n<p>\n\tadministratieve proces in het bedrijfsvoeringsysteem van de politie. Die aanpak levert naast<\/p>\n<p>\n\tconsistentie ook een forse tijdsbesparing van een tot twee uur op. Dat zijn de posities waar<\/p>\n<p>\n\twij in meewerken. Ik zie de heer Van Raak al gretig kijken. Hij heeft waarschijnlijk het<\/p>\n<p>\n\tgevoel dat dit ook iets te maken heeft met het BVH-werken. Dat heeft ook weer iets te maken<\/p>\n<p>\n\tmet het politie-ICT-systeem, maar in die richting worden er stappen gezet. Daar wordt dus<\/p>\n<p>\n\tinhoud aan gegeven.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers vraagt of wij de termijn van tien dagen gaan verlengen. Daarover<\/p>\n<p>\n\tverneem ik regelmatig signalen vanuit de hulpverlening. In de brief van juni heb ik de Kamer<\/p>\n<p>\n\ttoegezegd dat ik met betrokken partijen nader zou onderzoeken of deze signalen aanleiding<\/p>\n<p>\n\tvormen om de wet eerder dan na de effectevaluatie aan te passen. Ik kan de Kamer nu laten<\/p>\n<p>\n\tweten dat ik daarvoor geen aanleiding zie. De hulpverlening moet binnen relatief korte tijd<\/p>\n<p>\n\tveel werk verzetten, maar uit de evaluatie van het proces blijkt dat de hulpverlening tijdens<\/p>\n<p>\n\thet huisverbod goed functioneert. Het lukt vrijwel altijd om binnen de tien dagen van het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod tot een plan van aanpak te komen. Het probleem zit niet in de tien dagen. Die<\/p>\n<p>\n\ttermijn werkt ook als een pressurecooker, in de zin dat het dan moet gebeuren. Dan komen de<\/p>\n<p>\n\tbetrokken partijen in beweging. Ze weten heel goed dat, als ze het in die tijd niet doen, het<\/p>\n<p>\n\tniet meer gebeurt. In die zin hebben we het nu te pakken, want daardoor worden zaken in<\/p>\n<p>\n\tgang gezet. Er zit dynamiek in. In de Databank Effectieve interventies wordt bovendien een<\/p>\n<p>\n\tmethodiek opgenomen die aandacht schenkt aan de hulpverlening in de tien dagen van het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis vraagt of het huisverbod bij kindermishandeling vaker kan worden ingezet<\/p>\n<p>\n\tals instrument. Het belang van het kind blijft altijd uitgangspunt. Daar wil ik heel helder over<\/p>\n<p>\n\tzijn. In sommige gevallen is een huisverbod echter juist niet in het belang van het kind. Wel<\/p>\n<p>\n\tzijn er altijd dilemma&#39;s. In het actieplan Kinderen Veilig Thuis is aangekondigd dat samen<\/p>\n<p>\n\tmet gemeenten, politie en AMK&#39;s een kader zal worden ontwikkeld. Wij doen dat door<\/p>\n<p>\n\tinitiatieven van gemeenten te stimuleren, onder andere bij de bijeenkomst over het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod die ik op 15 december heb georganiseerd, samen met de VNG en het ministerie<\/p>\n<p>\n\tvan VWS. Toen hebben de gemeenten in een workshop ervaringen uitgewisseld. In 2011 heb<\/p>\n<p>\n\tik bovendien extra middelen ter beschikking gesteld voor de financiering van het huisverbod,<\/p>\n<p>\n\tbijvoorbeeld voor kindermishandelingzaken. Landelijke cijfers over het aantal huisverboden<\/p>\n<p>\n\tbij kindermishandeling kan ik nu niet geven, want die worden niet gemonitord. De<\/p>\n<p>\n\teffectiviteit van het huisverbod bij kindermishandeling wordt zoveel mogelijk meegenomen<\/p>\n<p>\n\tin de effectevaluatie.<\/p>\n<p>\n\tEr is ook gevraagd welke maatregelen ik neem om het huisverbod beter te handhaven. Dat is<\/p>\n<p>\n\teen cruciale vraag. Het blijkt inderdaad dat het huisverbod vaker wordt overtreden dan dat er<\/p>\n<p>\n\tprocessen-verbaal worden opgemaakt van die overtreding. Knelpunten in de<\/p>\n<p>\n\tketensamenwerking tussen hulpverlening, politie en OM zijn hiervan de oorzaak. Het is een<\/p>\n<p>\n\tnieuw instrument. De ene regio heeft er meer focus op gelegd dan de andere regio. Sommige<\/p>\n<p>\n\tKamerleden onderkennen dat ook. Dat is een oorzaak, maar daarom is het goed er<\/p>\n<p>\n\tvoortdurend aandacht voor te vragen en dit te monitoren. In mijn brief van juli aan de<\/p>\n<p>\n\tgemeenten heb ik ze aangeraden om de handhaving van het huisverbod in hun overleggen<\/p>\n<p>\n\tmet de bij het huisverbod betrokken partijen scherp aan de orde te stellen. Eind 2011 heeft<\/p>\n<p>\n\thet OM een richtinggevend kader opgesteld dat handvatten biedt bij de beoordeling van de<\/p>\n<p>\n\tvraag of overtredingen al dan niet moeten worden voorgeleid. Het uitgangspunt is dat er<\/p>\n<p>\n\twordt voorgeleid tenzij.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen vraagt in dat kader hoe er met gemeenten tot scherpe afspraken wordt<\/p>\n<p>\n\tgekomen. Dat is inderdaad een punt. De staatssecretaris van VWS gaat de rol van gemeenten<\/p>\n<p>\n\tdaarom versterken. Er komen regiovisies voor de aanpak van geweld in de huiselijke kring.<\/p>\n<p>\n\tDat is al een kader, want als rijksoverheid moeten wij een vorm van sturing, van facilitering<\/p>\n<p>\n\tgeven. De regiovisies versterken de positie van de gemeenten. Er ligt ook een modelaanpak<\/p>\n<p>\n\tvoor gemeenten, maar dat heb ik al genoemd. Ten slotte heeft de VNG een handreiking<\/p>\n<p>\n\topgesteld. Wij zullen dit in de periodieke overleggen met de gemeenten regelmatig aan de<\/p>\n<p>\n\torde stellen. Ook in het Strategisch Veiligheidsberaad komt die kwestie continu aan de orde,<\/p>\n<p>\n\tdoor middel van de actualiteit, de evaluatie van de processen en de concrete resultaten. Dat<\/p>\n<p>\n\tblijft scherp op de agenda staan.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers vraagt naar de afspraken die de staatssecretaris van VWS van plan is te<\/p>\n<p>\n\tmaken over een goede aansluiting van de hulp na het huisverbod. Een aantal Kamerleden<\/p>\n<p>\n\theeft daarover gesproken. Op zichzelf zijn wij niet ontevreden over hoe het met het<\/p>\n<p>\n\thuisverbod gaat, maar er is nog te veel aandacht voor de strafrechtelijke, de meer repressieve<\/p>\n<p>\n\tkant, en te weinig voor de preventieve kant en de follow up in het hulpaanbod. De komende<\/p>\n<p>\n\tperiode vindt er een inventarisatie plaats van de goede voorbeelden en knelpunten bij de<\/p>\n<p>\n\taansluiting van hulp na een huisverbod. Het huisverbod is er niet voor niets. In de kern is het<\/p>\n<p>\n\tgeen repressieve maatregel als straf. Het is een buitengewoon harde ingreep in een private<\/p>\n<p>\n\tsituatie die noodzakelijk is, maar wel is afgewogen. Natuurlijk moet die wel een vervolg<\/p>\n<p>\n\tkrijgen. Op basis van deze inventarisatie wordt een expertmeeting georganiseerd met onder<\/p>\n<p>\n\tandere GGZ Nederland, de MO-groep, de VNG en Reclassering Nederland. Het lijkt mij dat<\/p>\n<p>\n\tde heer Holtackers daarop doelt. Deze expertmeeting moet leiden tot een aantal afspraken<\/p>\n<p>\n\tover hoe de aansluiting van de hulp na het huisverbod verder kan worden verbeterd. Waar<\/p>\n<p>\n\tnodig zal de staatssecretaris van VWS deze afspraken bestuurlijk laten vaststellen. Dan is het<\/p>\n<p>\n\tniet alleen een meeting met een prachtige dagvoorzitter die helder concludeert aan het eind,<\/p>\n<p>\n\tmaar dan komt er ook een follow up in de vorm van nadere bestuurlijke afspraken waar de<\/p>\n<p>\n\tKamer over wordt ge&iuml;nformeerd in onze vervolgrapportage.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis vraagt naar de opvang van de dader en wie er opdraait voor de kosten<\/p>\n<p>\n\tervan. De besluitvorming over de vergoeding van de verblijfkosten van de dader is aan de<\/p>\n<p>\n\tgemeente zelf. Dat is een lokale aangelegenheid. Ik kan wel melden dat de dader in de meeste<\/p>\n<p>\n\tgevallen de opvang zelf regelt, vaak bij familie of bekenden.<\/p>\n<p>\n\tDan de politiecapaciteit. Het lijkt alsof hier heel veel capaciteit in gaat zitten, maar ik weet uit<\/p>\n<p>\n\tervaring dat dit enorm meevalt, ook omdat het een prioriteit is. De politie staat aan de basis<\/p>\n<p>\n\tvan de aanpak, ook als het gaat om het tijdelijk huisverbod. De politie is ook heel betrokken<\/p>\n<p>\n\tbij de focus hierop. De politie ziet het als een groot belang om dit probleem op te lossen en<\/p>\n<p>\n\tvervolgens weer los te laten. Uit onderzoek van de politie uit 2010 blijkt dat het jaarlijks om<\/p>\n<p>\n\t14 fte&#39;s gaat. Het aantal valt dus mee. Overigens klopt het cijfer niet helemaal meer, omdat er<\/p>\n<p>\n\tnu meer huisverboden worden opgelegd dan toen. De politie heeft de afgelopen tijd ingezet<\/p>\n<p>\n\top een aanpassing van een bedrijfsvoeringsysteem. Hiermee wordt een forse tijdsbesparing<\/p>\n<p>\n\tbereikt. Door slimmer en effici&euml;nter te werken en door beter samen te werken met de<\/p>\n<p>\n\tketenpartners kan winst worden behaald.<\/p>\n<p>\n\tEen burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een huisverbod. Door ervaring weet ik dat<\/p>\n<p>\n\tburgemeesters dit het beste kunnen mandateren, want dan gaat het sneller, maar niet iedereen<\/p>\n<p>\n\tdoet dat. De burgemeester kan zich dus ook door anderen laten informeren, maar het is niet<\/p>\n<p>\n\tbekend of dit in de praktijk werkt. Naar mijn mening is het het beste om het regionaal goed te<\/p>\n<p>\n\torganiseren door de krachten te bundelen, de kwestie te mandateren, en je van tijd tot tijd te<\/p>\n<p>\n\tlaten informeren over hoe het gaat. Ook moet je afspreken dat de burgemeester in<\/p>\n<p>\n\tingewikkelde gevallen persoonlijk de beslissing krijgt voorgelegd.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis vraagt nog de aansluiting tussen bestuursrecht en strafrecht. Dat blijft<\/p>\n<p>\n\tbelangrijk. In vrijwel de meeste gevallen gaat het huisverbod samen met een strafrechtelijk<\/p>\n<p>\n\ttraject. In die gevallen is er dus sowieso aansluiting tussen bestuursrecht en strafrecht. Mij<\/p>\n<p>\n\tzijn op dit moment geen signalen bekend dat de verbinding tussen de beide trajecten niet<\/p>\n<p>\n\tgoed loopt. In het veiligheidshuis vinden regie en afstemming plaats tussen de organisaties<\/p>\n<p>\n\tdie betrokken zijn bij de uitvoering van de wet tijdelijk huisverbod. Langs die lijn zullen we<\/p>\n<p>\n\tdat goed en helder blijven volgen.<\/p>\n<p>\n\tHet volgende thema is de meldcode. Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer, die hierover<\/p>\n<p>\n\tschriftelijke vragen heeft gesteld. De beantwoording komt naar verwachting begin maart naar<\/p>\n<p>\n\tde Tweede Kamer, met de stand van zaken. Mevrouw Hennis vraagt of ik nog eens onder de<\/p>\n<p>\n\taandacht van de staatssecretaris wil brengen dat de VVD voor een meldplicht is. Waarom<\/p>\n<p>\n\tmoet &iacute;k dat doen? Wat mij betreft weet de staatssecretaris wat iedereen in de Kamer vindt, en<\/p>\n<p>\n\tzeker wat de VVD vindt. Ik kan me niet voorstellen dat mevrouw Hennis dit voor het eerst<\/p>\n<p>\n\tzegt. Serieus punt: er moet onderscheid worden gemaakt tussen de verplichte meldcode die<\/p>\n<p>\n\tgeldt voor geweld in huiselijke kring dat wordt gesignaleerd door professionals en de<\/p>\n<p>\n\tmeldplicht voor geweld, gepleegd door professionals. Die twee elementen zijn belangrijk.<\/p>\n<p>\n\tVoor geweld in huiselijke kring heeft het kabinet echt bewust gekozen voor een verplichte<\/p>\n<p>\n\tmeldcode. Het wetsvoorstel is de Kamer op 27 oktober 2011 toegezonden; ik heb net de stand<\/p>\n<p>\n\tvan zaken aangegeven. Voor geweld, gepleegd door professionals, geldt in sommige sectoren<\/p>\n<p>\n\teen meldplicht. Dus daar wordt de Kamer bediend. Binnenkort neemt het kabinet een besluit<\/p>\n<p>\n\tover een eventuele verbreding hiervan.<\/p>\n<p>\n\tVoor welke sectoren gaat de verplichte meldcode gelden? Ik vind dat een relevante vraag,<\/p>\n<p>\n\twaarvan ik heel veel voorbeelden kan geven. De gezondheidszorg, dus artsen,<\/p>\n<p>\n\tverpleegkundigen, fysiotherapeuten, tandartsen, verloskundigen, onderwijs, kinderopvang,<\/p>\n<p>\n\tonderwijspersoneel, kinderopvangpersoneel en leerplichtambtenaren, maatschappelijke<\/p>\n<p>\n\tondersteuning, algemeen maatschappelijk werkers, thuiszorgmedewerkers, welzijnswerkers,<\/p>\n<p>\n\tjeugdzorg, medewerkers bureaus jeugdzorg, gedragswetenschappers en medewerkers van<\/p>\n<p>\n\tzorgaanbieders, justitie, reclasseringsambtenaren, groepswerkers van justiti&euml;le<\/p>\n<p>\n\tjeugdinrichtingen.<\/p>\n<p>\n\tWat doen we eigenlijk aan preventie? Sinds 2007 houden we jaarlijks een postbus-51-<\/p>\n<p>\n\tpubliekscampagne. Het doel hiervan is bewustwording en mensen zover krijgen dat ze<\/p>\n<p>\n\tgeweld in huiselijke kring melden bij een steunpunt of een AMK. Hiermee willen we de hele<\/p>\n<p>\n\tsamenleving betrekken bij de aanpak. Het gaat er natuurlijk om dat je eerder signaleert, zodat<\/p>\n<p>\n\tje inderdaad een huisverbod kunt voorkomen. Er heeft gedurende drie jaar een groot<\/p>\n<p>\n\tpreventieproject plaatsgevonden, uitgevoerd door de Nederlandse Vrouwenraad. Doel van dit<\/p>\n<p>\n\tproject was de bespreekbaarheid van huiselijk geweld te bevorderen, wat veel resultaat heeft<\/p>\n<p>\n\tgehad. Vrouwenorganisaties hebben van 2009 tot en met 2011 een groot aantal<\/p>\n<p>\n\tbijeenkomsten georganiseerd, verspreid over heel Nederland. Daaraan hebben ongeveer 2300<\/p>\n<p>\n\tvrouwen meegedaan. Ook investeren mijn collega&rsquo;s van OCW en VWS in het vergroten van<\/p>\n<p>\n\tde weerbaarheid van jongeren, met campagnes en via sociale media. Alles wordt dus op alles<\/p>\n<p>\n\tgezet. Als je naar een paar jaar geleden kijkt en je kijkt naar waar we nu staan, dan zie je dat<\/p>\n<p>\n\thet begrip huiselijk geweld bij iedereen bekend is.<\/p>\n<p>\n\tWe hebben geleerd van &ldquo;Zierikzee&rdquo;. Ik denk dat ik een heel eerlijke brief heb geschreven. Ik<\/p>\n<p>\n\twil niets verhullen, want verhullen bij dit soort zaken is het slechtste wat je kunt doen. Op<\/p>\n<p>\n\ttafel met de werkelijkheid, ook waar die heel vervelend is. Dat was hier het geval. Juist dit<\/p>\n<p>\n\tsoort incidenten, hoe wrang ook, heeft ten gevolge dat iedereen binnen het OM en de politie<\/p>\n<p>\n\tdoordrongen is geraakt van de noodzaak van een goede informatievoorziening. Het zit,<\/p>\n<p>\n\tanders gezegd, nu veel beter tussen de oren. Als zoiets gebeurt, zal men meteen op scherp<\/p>\n<p>\n\tstaan en de maatregelen nemen die nu zijn afgesproken. Maar ook op het niveau van de<\/p>\n<p>\n\tregelgeving, de inrichting van de informatiesystemen en praktische afspraken, is scherpe<\/p>\n<p>\n\tvooruitgang geboekt.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers (CDA): De eerste fase is, een sense of urgency te bereiken. Het wordt<\/p>\n<p>\n\teen bewustwordingsvraagstuk. Wat is de volgende stap?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik heb een aantal concrete dingen gezegd. Samen met de gemeenten<\/p>\n<p>\n\tmaken we een model en wisselen we best practices uit. Aan de hand van voorbeelden en<\/p>\n<p>\n\thandleidingen wordt aangegeven, hoe je dat moet doen. Dat moet natuurlijk op lokaal niveau<\/p>\n<p>\n\tworden gestuurd. Daar moet een wethouder, of een burgemeester, bovenop zitten, van week<\/p>\n<p>\n\ttot week met zijn of haar team. De sense of urgency is overigens nog niet overal aanwezig.<\/p>\n<p>\n\tDaarom gaat de staatssecretaris aan de slag met de regiovisies, daarbij het kader van de<\/p>\n<p>\n\taanpak aangevend. Zij zet de lijnen uit, waarna met de betrokken gemeentes wordt bekeken<\/p>\n<p>\n\twelke resultaten er moeten worden geboekt.<\/p>\n<p>\n\tBestaat er voldoende aandacht voor kinderen? Daarover heb ik al het nodige gezegd. Ik denk<\/p>\n<p>\n\tdat het doorbreken van de intergenerationele overdracht binnen de rijksbrede aanpak van<\/p>\n<p>\n\tgeweld in huiselijke kring &eacute;&eacute;n van de drie pijlers is. Recentelijk heb ik samen met de<\/p>\n<p>\n\tstaatssecretaris het Actieplan aanpak kindermishandeling gepresenteerd. Kinderen verdienen<\/p>\n<p>\n\tspecifieke aandacht. Hier help je niet alleen het slachtoffer zelf, maar ook de generaties<\/p>\n<p>\n\tdaarna. Daarnaast bestaan goede afspraken tussen de politie en de bureaus jeugdzorg. Als er<\/p>\n<p>\n\tkinderen in het gezin zijn, doet de politie altijd melding bij het bureau jeugdzorg, dat waar<\/p>\n<p>\n\tnodig hulp kan bieden aan het kind.<\/p>\n<p>\n\tOok is de jeugdzorg doorgaans &eacute;&eacute;n van de gesprekspartners in de veiligheidshuizen. Op dit<\/p>\n<p>\n\tmoment wordt bovendien gewerkt aan een functionele koppeling tussen veiligheidshuizen, de<\/p>\n<p>\n\tCentra voor jeugd en gezin en de zorg- en adviesteams. Daar heb je die zaken dus weer bij<\/p>\n<p>\n\telkaar gebracht. Daarmee wordt de samenhang versterkt.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen vroeg wat het uitgangspunt is bij de daderaanpak. Focussen we niet te<\/p>\n<p>\n\tveel op vervolging, vroeg zij in dat kader. Een stevige aanpak van de daders is een aanpak<\/p>\n<p>\n\twaarbij normstelling plaatsvindt. Geweld in huiselijke kring wordt niet getolereerd, en dus<\/p>\n<p>\n\took gesanctioneerd. Er wordt gericht gewerkt aan gedragsverandering. Sanctionering alleen<\/p>\n<p>\n\tis niet voldoende. Om recidive te voorkomen, moet de dader waar mogelijk een gedrags- of<\/p>\n<p>\n\tzorginterventie opgelegd krijgen. Het kind staat, ik herhaal dat, voorop. Zijn kinderen<\/p>\n<p>\n\tbetrokken als getuige of slachtoffer, dan zijn verscherpte aandacht en gerichte actie<\/p>\n<p>\n\tnoodzakelijk.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): Daderhulpverlening is uit het basispakket gehaald. Mij bereiken<\/p>\n<p>\n\tsignalen, vooral vanuit de politie, dat de opname en de hulp vanuit de ggz zoveel duurder is<\/p>\n<p>\n\tgeworden, en dat belemmert de aanpak van het geweld. We weten ook allemaal dat het bij<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld belangrijk is dat het geweld stopt, en dat niet altijd de relatie wordt<\/p>\n<p>\n\tbe&euml;indigd, omdat dat niet altijd gewenst is. Die daderhulpverlening is buitengewoon<\/p>\n<p>\n\tbelangrijk. Als blijkt &#8212; dat vind ik echt een te monitoren zaak &#8212; dat die daderhulpverlening<\/p>\n<p>\n\tjuist door de eigen bijdrage fors minder wordt, wordt het effect van een tijdelijk huisverbod<\/p>\n<p>\n\techt teniet gedaan. Met verschillende collega&rsquo;s vraag ik om hier heel goed naar te kijken. Als<\/p>\n<p>\n\tde eigen bijdrage een belemmering vormt, moet ze gewoon teniet worden gedaan.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Behandelingen die plaatsvinden in het kader van de bemoeizorg en<\/p>\n<p>\n\tBOPZ-maatregelen zijn uitgezonderd van de eigen bijdrage, alsmede de ambulante<\/p>\n<p>\n\tforensische zorg vanuit een strafrechtelijk kader. Dat moeten we even vasthouden. Verhoging<\/p>\n<p>\n\tvan de eigen bijdrage is kabinetsbeleid, waarvoor de minister van VWS verantwoordelijk is.<\/p>\n<p>\n\tMet de invoering van de eigen bijdrage is de Kamer eerder in meerderheid al akkoord<\/p>\n<p>\n\tgegaan. Tot op heden is &eacute;&eacute;n signaal bekend dat sprake zou zijn geweest van het niet aangaan<\/p>\n<p>\n\tvan een vrijwillige behandeling wegens de ingevoerde eigen bijdrage. Wel heeft GGZNederland<\/p>\n<p>\n\tper brief aan de vaste commissie &#8212; niet aan mij, en ook niet aan de staatssecretaris<\/p>\n<p>\n\t&#8212; haar zorg kenbaar gemaakt dat het dergelijke effecten verwacht. De minister van VWS<\/p>\n<p>\n\theeft reeds toegezegd, de gevolgen van de invoering van de eigen bijdrage te zullen<\/p>\n<p>\n\tmonitoren. Daarvoor werkt zij aan een monitor naar de effecten op de kwetsbare groepen. Dit<\/p>\n<p>\n\tis een uitwerking van de motie-Van der Staaij\/Bruins Slot, van afgelopen zomer. Daarin<\/p>\n<p>\n\twordt gevraagd te bekijken wat de kwetsbare groep precies is, en of ze zorg zijn gaan mijden<\/p>\n<p>\n\tdoor de invoering van de eigen bijdrage. De minister van VWS zet bij dat monitoren een<\/p>\n<p>\n\tevaluatiecommisie op waarbij onder andere politie, gemeenten, ggz en huisartsen aansluiten,<\/p>\n<p>\n\tom de kwetsbare groepen goed in beeld te kunnen brengen. Dit is tevens een uitwerking van<\/p>\n<p>\n\tde andere motie van dezelfde indieners om de keten van zorg sluitend te organiseren rondom<\/p>\n<p>\n\tzorgmijders. Het kabinet wacht de resultaten van die monitor af. Voor 2012 zijn de<\/p>\n<p>\n\tmogelijkheden om te komen tot aanpassing van de maatregelen in de ggz beperkt.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): De minister noemt de BOPZ en de forensische zorg, maar je mag<\/p>\n<p>\n\thopen dat de daders nog niet zover heen zijn dat men binnen die wetgeving komt te vallen.<\/p>\n<p>\n\tGraag krijg ik in het kader van huiselijk geweld de toezegging van de minister dat, als er<\/p>\n<p>\n\tgemonitord wordt, hij bij de voortgangsrapportage eind 2012, hij expliciet opneemt hoeveel<\/p>\n<p>\n\tdaders niet in de daderhulpverlening zijn gegaan vanwege het feit dat ze een eigen bijdrage<\/p>\n<p>\n\tmoeten betalen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Die toezegging kunt u krijgen, zij het dat ik dat wel even met mijn<\/p>\n<p>\n\tcollega&rsquo;s moet bespreken. Dat lijkt me een relevant verzoek van u aan mij.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Collega Berndsen sprak over daderhulpverlening, wat ook belangrijk<\/p>\n<p>\n\tis, en dat moet ook gebeuren. Maar waar het gaat om de eigen bijdrage geldt het ook voor<\/p>\n<p>\n\tvrouwen en kinderen. De minister zei dat kinderen wel degelijk worden geholpen, maar uit<\/p>\n<p>\n\tonderzoek blijkt: 33% van de kinderen krijgt geen hulp na een huisverbod, en dat vind ik<\/p>\n<p>\n\tgewoon schrikbarend. Dat vraagt om meer dan alleen maar verwijzen naar instanties die er<\/p>\n<p>\n\tzijn vanwege een ander type problemen. Verder zegt de minister dat bij hem &eacute;&eacute;n geval<\/p>\n<p>\n\tbekend is van iemand die medewerking weigerde vanwege de eigen bijdrage. In Rotterdam-<\/p>\n<p>\n\tRijnmond zijn in januari 27 huisverboden afgekondigd; 90% van de daders heeft geen hulp<\/p>\n<p>\n\tgeaccepteerd, vanwege de eigen bijdrage. Voorheen was dat ongeveer 50%. Ik weet dat het<\/p>\n<p>\n\teen meerderheidsbesluit is geweest, maar er is ook nog een motie van de heer Mulder, van de<\/p>\n<p>\n\tpartij van de minister, waarin wordt gesproken over bemoeizorg. Ik wil dat dit actief wordt<\/p>\n<p>\n\tondergebracht in het beleid van de minister.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Wat ik net heb gezegd, geldt natuurlijk ook voor de vrouwen in de<\/p>\n<p>\n\tvrouwenopvang. Uitgezonderd zijn behandelingen die plaatsvinden in het kader van de<\/p>\n<p>\n\tbemoeizorg, en\/of BOPZ-maatregelen, alsmede ambulant-forensische zorg vanuit een<\/p>\n<p>\n\tstrafrechtelijk kader. Ik heb al aangegeven dat we daar aan het eind van het jaar op terug<\/p>\n<p>\n\tzullen komen.<\/p>\n<p>\n\tHoe kan het dat in de vrouwenopvang slechts &eacute;&eacute;n euro per kind beschikbaar is? Wanneer een<\/p>\n<p>\n\tvrouw met haar kind(eren) in de vrouwenopvang terechtkomt, is het niet altijd gezegd dat de<\/p>\n<p>\n\tkinderen zelf ook een probleem hebben. Daarnaast is in het kader van het verbeterplan<\/p>\n<p>\n\tvrouwenopvang een project gaande om de hulp aan kinderen in de opvang te verbeteren.<\/p>\n<p>\n\tDaarvoor is een methodiek ontwikkeld die in de vrouwenopvanginstellingen wordt<\/p>\n<p>\n\tge&iuml;mplementeerd. De vrouwenopvangvoorzieningen worden gefinancierd door de 35<\/p>\n<p>\n\tcentrumgemeenten. Er is geen algemeen beeld beschikbaar welk deel van het budget bestemd<\/p>\n<p>\n\tis voor de hulp en de opvang aan en van kinderen. Daarnaast kan het zijn dat de kinderen wel<\/p>\n<p>\n\tproblemen hebben waarvoor een indicatie van jeugdzorg nodig is. Ingeval van crisis wordt er<\/p>\n<p>\n\tmeteen hulp geboden. In veel gevallen gaat dat goed, en soms is sprake van een wachtlijst.<\/p>\n<p>\n\tDan moet worden bekeken hoe in de tussentijd het kind zo goed mogelijk kan worden<\/p>\n<p>\n\tgeholpen. We zetten in op een integrale aanpak op lokaal en regionaal niveau. Met de<\/p>\n<p>\n\tstelselwijziging jeugd in het vooruitzicht wordt de gemeente op termijn<\/p>\n<p>\n\teerstverantwoordelijke voor de gehele jeugdketen. Dat zeg ik allemaal namens de<\/p>\n<p>\n\tstaatssecretaris van VWS.<\/p>\n<p>\n\tAls eerstverantwoordelijke voor de veiligheidshuizen vind ik het belangrijk aan te geven dat<\/p>\n<p>\n\talle veiligheidshuizen geweld in huiselijke kring als &eacute;&eacute;n van de speerpunten op hun agenda<\/p>\n<p>\n\thebben staan. De kracht van veiligheidshuizen zit in de netwerksamenwerking. Niet nieuwe<\/p>\n<p>\n\tinstituten, maar moderne netwerkorganisaties, die besluiten nemen en problemen oplossen en<\/p>\n<p>\n\tmet name op het gebied van huiselijk geweld actief zijn. Alle betrokken organisaties zitten<\/p>\n<p>\n\taan tafel, zodat daar een ge&iuml;ntegreerde aanpak mogelijk is. Ook worden acties opgezet,<\/p>\n<p>\n\tgericht op een functionele koppeling met de Centra voor jeugd en gezin en de zorg- en<\/p>\n<p>\n\tadviesteams. Een aandachtspunt is hier bureaucratisering; dat moeten we hier absoluut<\/p>\n<p>\n\tvoorkomen. Geen deftige gebouwen met deftige organisaties, maar moderne<\/p>\n<p>\n\tnetwerkorganisaties, waar de werkers in het veld de nodige beslissingen nemen. Dat ligt altijd<\/p>\n<p>\n\top de loer naarmate meer organisaties en thema&rsquo;s aan de veiligheidshuizen worden<\/p>\n<p>\n\tverbonden. Voorkomen moet worden dat de veiligheidshuizen aan hun eigen succes ten<\/p>\n<p>\n\tonder gaan door gebrek aan focus. Focus is dus heel belangrijk. Ik ben zeer geporteerd van de<\/p>\n<p>\n\tveiligheidshuizen, en ik zal scherp in de gaten houden dat de veiligheidshuizen doelen,<\/p>\n<p>\n\tfuncties en werkwijze scherp houden. Ze moeten zich in de eerste plaats focussen op<\/p>\n<p>\n\tcomplexe zaken die niet van nature tot een oplossing leiden in dit geval.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Hennis vraagt hoe de landelijke uitrol van de B-SAFER zal worden gefinancierd.<\/p>\n<p>\n\tDat voorspelt de kans op herhaling van geweld in huiselijke kring. Om inzicht te krijgen in de<\/p>\n<p>\n\timplicaties van het inzetten van de B-SAFER in het reguliere werkproces zijn door de<\/p>\n<p>\n\treclassering eind 2011 in twee regio&rsquo;s pilots uitgevoerd. Die pilots zijn door ons<\/p>\n<p>\n\tgesubsidieerd. De reclassering zal binnenkort rapporteren over de uitkomsten, en op basis<\/p>\n<p>\n\tdaarvan zal in overleg met de reclassering worden besloten over landelijke invoering van de<\/p>\n<p>\n\tB-SAFER.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak stelde vragen over het Eindhovense experiment. Gaan we dit experiment<\/p>\n<p>\n\tvoortzetten en landelijk invoeren? Ik heb de Kamer daarover in mijn brief van 23 juni laten<\/p>\n<p>\n\tweten dat het aan de gemeenten is om te beslissen over inzet van de reclassering, of van de<\/p>\n<p>\n\torganisaties bij vrijwillig hulpaanbod. Die afspraak hebben wij al sinds jaar en dag met de<\/p>\n<p>\n\tgemeenten.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Wij spreken hier landelijk over dit probleem. De reclassering geeft<\/p>\n<p>\n\took landelijk prioriteitsstellingen, targets die ze moeten halen. Een heel belangrijk probleem<\/p>\n<p>\n\tis dat we een groot deel van de daders niet zomaar kunnen veroordelen. Gelukkig is een deel<\/p>\n<p>\n\tvan die daders bereid, vrijwillig hulp te aanvaarden. De reclassering in Eindhoven heeft hier<\/p>\n<p>\n\teen mogelijkheid gevonden om die mensen binnen te halen. Geen bureaucratie: binnen halen,<\/p>\n<p>\n\thelpen! Precies zoals de minister het wil. Die mensen worden geholpen. Dat experiment is<\/p>\n<p>\n\tgestopt: het mocht niet meer. Dan kan de minister toch niet zeggen dat dat aan de gemeenten<\/p>\n<p>\n\tis? We bespreken hier een landelijk probleem. Ik hoor de minister net zeggen: best practices.<\/p>\n<p>\n\tHier hebben we een best practice: het werkte, de reclassering was er blij mee. Waarom wordt<\/p>\n<p>\n\tdit dan niet voortgezet?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Kijk, op een gegeven moment heb je een taakverdeling voor het bestuur<\/p>\n<p>\n\tvan het land. Dit is een taak van de gemeenten. Dit is geen beslissing van de landelijke<\/p>\n<p>\n\toverheid, maar van de gemeente. Dat is het punt. Het is goed om bijeenkomsten te hebben en<\/p>\n<p>\n\tdaarvoor aandacht te vragen, maar ik vind het te ver gaan als een minister telkens bij een<\/p>\n<p>\n\twethouder of een burgemeester aanklopt met de vraag waarom dat wordt stopgezet. Dat zijn<\/p>\n<p>\n\thun keuzes.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Dat bedoelde ik eigenlijk niet. Of het in Eindhoven gebeurt of<\/p>\n<p>\n\telders, als het maar gebeurt. Mede door de SP is er een goed initiatief, een praktisch<\/p>\n<p>\n\tprobleem wordt praktisch opgelost, maar dan krijg je weer een ander college, en dan wordt<\/p>\n<p>\n\thet weer in de prullenbak gegooid. Het lijkt wel politiek! Maar daar gaat het me niet om. Ik<\/p>\n<p>\n\tga me hier niet met de politiek in Eindhoven bemoeien. Wat ik zeg is: dit is een best practice,<\/p>\n<p>\n\tdit is een praktische oplossing voor een praktisch probleem. Ik vraag de minister niet om de<\/p>\n<p>\n\tburgemeester van Eindhoven te bellen en te zeggen dat hij daarmee door moet gaan, nee, ik<\/p>\n<p>\n\tvraag de minister om van dit experiment te leren, dit experiment te omarmen, en om te kijken<\/p>\n<p>\n\thoe we dit overal in het land kunnen gaan invoeren, want het werkt en het kost weinig extra.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik herken uw enthousiasme, en neem dat natuurlijk heel serieus. Maar<\/p>\n<p>\n\thier komt de vraag aan de orde, hoe je een versnippering van de taken voorkomt. Hoe<\/p>\n<p>\n\twaarborg ik het behoud van de opgebouwde infrastructuur, capaciteit en laagdrempeligheid<\/p>\n<p>\n\tin de aanpak van huiselijk geweld waarin dit soort dingen natuurlijk een rol speelt? Inderdaad<\/p>\n<p>\n\tben ik erg voor meetings, zoals de staatssecretaris van VWS dat doet, waarin uiteindelijk een<\/p>\n<p>\n\tregiovisie op tafel komt, en daar de best practices uit te wisselen. Decentralisaties liggen op<\/p>\n<p>\n\thet terrein van de staatssecretaris. In haar brief van 14 december schetst zij haar beleid, ook<\/p>\n<p>\n\tals het gaat om het versterken van de rol van de gemeenten. Wij moeten die niet verzwakken,<\/p>\n<p>\n\tmaar versterken in hun positie. Zo werd aangekondigd, de regiovisie Geweld in huiselijke<\/p>\n<p>\n\tkring te laten ontwikkelen. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan een<\/p>\n<p>\n\tkrachtige regie van gemeenten en een samenhangend beleid. De VNG heeft aangegeven dat<\/p>\n<p>\n\tze dit samen met de 35 centrumgemeenten en de vrouwenopvang proactief gaat oppakken,<\/p>\n<p>\n\tsamen met de Federatie Opvang. Ik vind dat een sterke coalitie. Voor de goede orde: op 21<\/p>\n<p>\n\tmaart heeft de Kamer een algemeen overleg met de staatssecretaris van VWS over de<\/p>\n<p>\n\tgenoemde brief. Misschien kan dat daar ook worden ingebracht. Ik ben wel zo sportief dat ik<\/p>\n<p>\n\took wel benieuwd ben naar dat initiatief in Eindhoven. Ik neem dat serieus; de heer Van<\/p>\n<p>\n\tRaak komt niet met onzin. Als ik het niet precies ken, wil ik het precies weten. Dat is geen<\/p>\n<p>\n\ttoezegging dat we daarmee verder gaan, maar ik zal mijzelf laten informeren. Verder zal ik<\/p>\n<p>\n\tde indringendheid van het betoog van de heer Van Raak overbrengen aan de staatssecretaris.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Dat was een heel grote omweg, maar we komen er wel. Ik vraag<\/p>\n<p>\n\tniet om een nieuwe structuur, ik vraag niet om meer geld, ik vraag zeker niet dat meer<\/p>\n<p>\n\tmensen meer met elkaar gaan praten, ik vraag de minister om te kijken naar dit voorbeeld,<\/p>\n<p>\n\twaarin het goed ging. Dit is een best practice. Hier heeft de reclassering gezocht naar een<\/p>\n<p>\n\toplossing. Als de minister daar nu eens naar gaat kijken met al die ambtenaren en dit een<\/p>\n<p>\n\tgoed voorbeeld vindt, dan gaan we het Van Velzen-experiment omzetten in een Opsteltenexperiment.<\/p>\n<p>\n\tDat krijgt de minister zo van ons cadeau. Dan gaan we dat landelijk uitvoeren.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Wat staat ertegenover? Serieus: Eindhoven gaan we bekijken. Het<\/p>\n<p>\n\tmaximale wat ik kan doen, is het op de website plaatsen, als de staatssecretaris en ik vinden<\/p>\n<p>\n\tdat dat experiment een voorbeeld is. Maar ik vind het moeilijk om tegen Eindhoven te<\/p>\n<p>\n\tzeggen: jullie moeten hiermee doorgaan. Zo werkt dat niet onze verhoudingen.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak vroeg ook, welke garanties kunnen worden gegeven dat er voldoende<\/p>\n<p>\n\tcapaciteit bij de steunpunten huiselijk geweld is om toename aan meldingen en<\/p>\n<p>\n\tadviesaanvragen te kunnen beantwoorden. Graag verwijs ik ook daar naar het overleg van 21<\/p>\n<p>\n\tmaart met de staatssecretaris. Zij kan het beste op deze vraag ingaan.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib vroeg of de steunpunten huiselijk geweld ook wettelijk worden verankerd.<\/p>\n<p>\n\tMet het wetsvoorstel verplichte meldcode worden de steunpunten wettelijk verankerd, en<\/p>\n<p>\n\tworden ze ook meldpunten. Daarmee wordt zij bediend.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen vroeg hoe we zorgen voor voldoende samenhang in de diverse kaders.<\/p>\n<p>\n\tDaar heb ik al het nodige over gezegd. Het bieden van zorg is in zaken van geweld in<\/p>\n<p>\n\thuiselijke kring van essenti&euml;le waarde. Beleid lukt niet als er geen follow up komt. Om hierin<\/p>\n<p>\n\tmeer samenhang aan te brengen, heb ik een databank met gedragsinterventies van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld ontwikkeld. Deze heb ik mei 2011 &#8212; de leden zullen zich dat nog herinneren &#8212;<\/p>\n<p>\n\tgestart.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak vroeg of we capaciteitstekorten herkennen, en zo ja, wat we daaraan gaan<\/p>\n<p>\n\tdoen. Het kabinet heeft het afgelopen jaar extra ge&iuml;nvesteerd in de vrouwenopvang. Vanaf<\/p>\n<p>\n\t2012 komen er extra middelen, zoals de staatssecretaris van VWS heeft aangekondigd. Een<\/p>\n<p>\n\ttekort aan capaciteit hangt ook samen met doorstroom, wat soms lastig is met de gemeenten,<\/p>\n<p>\n\tmaar dat moet samen worden verbeterd. Dat gebeurt langs de door mij aangegeven lijnen,<\/p>\n<p>\n\twaaronder de regiovisies.<\/p>\n<p>\n\tEr komt een landelijk telefoonnummer voor geweld in huiselijke kring. We gaan dat de<\/p>\n<p>\n\tkomende tijd uitwerken. We zullen het verzoek om het telefoonnummer gratis te laten zijn,<\/p>\n<p>\n\tdoorgeven en bekijken.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Wiegman stelde een vraag over tolken. Er lijkt sprake van een misverstand. De<\/p>\n<p>\n\tlandelijke regeling is be&euml;indigd, maar voor de vrouwenopvang is een uitzondering gemaakt.<\/p>\n<p>\n\tHet geld is toegevoegd aan de uitkering aan de centrumgemeenten.<\/p>\n<p>\n\tDe ZSM-aanpak verschilt per geval. Bij eenvoudige bewijsbare zaken kan de zaak versneld<\/p>\n<p>\n\tworden, wat wel vereist dat er heel snel een reclasseringsadvies beschikbaar is. Als in de<\/p>\n<p>\n\tZSM-aanpak reclassering aan boord zit, zoals in Utrecht, dan gaat dat. Als de zaak complexer<\/p>\n<p>\n\tis, wordt het moeilijk. De aanpak van geweld in huiselijke kring vindt vooral in de<\/p>\n<p>\n\tveiligheidshuizen plaats. Instroom via ZSM is ook nadrukkelijk een optie. Dan kan worden<\/p>\n<p>\n\tbekeken of de zaak snel kan worden afgedaan, of doorgaat naar het veiligheidshuis.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Voortman besteedde aandacht aan Reclassering Nederland. Het huisverbod en het<\/p>\n<p>\n\tstrafrecht gaan inderdaad vaak samen. Mij zijn op dit moment geen signalen bekend dat de<\/p>\n<p>\n\tverbinding tussen beide trajecten niet goed is. Ik zie dan ook op zichzelf geen noodzaak tot<\/p>\n<p>\n\textra inzet van Reclassering Nederland. In de goede contacten in de keten op nationaal en<\/p>\n<p>\n\tregionaal niveau zullen die punten aan de orde komen. Ik denk dat dat onderwerp bij elkaar<\/p>\n<p>\n\tkomt in de netwerken in de veiligheidshuizen.<\/p>\n<p>\n\tUit het onderzoek naar aard en omvang weten we dat huiselijk geweld een zeer groot<\/p>\n<p>\n\tprobleem is. Tegelijkertijd weten we dat slechts een klein deel van de huiselijk-geweldzaken<\/p>\n<p>\n\taan het licht komt: het topje van de ijsberg. Er heerst nog steeds een taboe op het spreken<\/p>\n<p>\n\terover. Het mag niet worden gebagatelliseerd. Mijn inzet is er in eerste instantie op gericht,<\/p>\n<p>\n\tmeer zaken van huiselijk geweld boven water te krijgen, gewoon met de vuist op tafel. Hoe<\/p>\n<p>\n\tmeer meldingen bij politie en steunpunt huiselijk geweld, hoe beter we deze problematiek<\/p>\n<p>\n\tkunnen bestrijden. Dat lijken mij belangrijke indicatoren. Meer zaken zijn altijd vervelend,<\/p>\n<p>\n\tmaar het is wel een bewijs dat het beleid functioneert. Naast het bestrijden van huiselijk<\/p>\n<p>\n\tgeweld is het natuurlijk ook van groot belang, in te zetten op het voorkomen van deze<\/p>\n<p>\n\tproblematiek. Hier houden we publiekscampagnes. Mijn collega&rsquo;s van OCW en VWS zetten<\/p>\n<p>\n\tonder meer in op het vergroten van de weerbaarheid van de slachtoffers.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Met name het punt van de preventie blijkt toch onvoldoende te zijn,<\/p>\n<p>\n\took met het oog op de toekomst. Kinderen die getuige zijn van geweld lopen het risico om<\/p>\n<p>\n\tzelf dader te worden, wat ook psychische lasten met zich brengt. Vanaf het begin verwijst u<\/p>\n<p>\n\tnaar de publiekscampagne. Dat vind ik eigenlijk niet in verhouding staan tot de ernst<\/p>\n<p>\n\twaarmee kinderen en anderen worden geconfronteerd. Preventie vraagt om meer dan alleen<\/p>\n<p>\n\tcampagnes.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik heb het over onder andere publiekscampagnes gehad, maar dat is<\/p>\n<p>\n\tnatuurlijk veel breder. Het is de bedoeling de sense of urgency van de hele problematiek op<\/p>\n<p>\n\ttafel te leggen bij de hele samenleving. Ik heb verwezen naar het Actieprogramma<\/p>\n<p>\n\tkindermishandeling, waar heel scherp wordt gefocust op de kinderproblematiek. Daar is een<\/p>\n<p>\n\textra overleg over geweest met de beide betrokken staatssecretarissen, die duidelijke<\/p>\n<p>\n\tafspraken hebben gemaakt. Verder heb ik gezegd dat we bezig zijn meer samenhang in het<\/p>\n<p>\n\thele veld aan te brengen. In het kader van seksueel misbruik van kinderen heb ik gezegd dat<\/p>\n<p>\n\twij die samenhang willen aanbrengen, waarbij ik mijzelf een bepaalde rol heb toebedicht.<\/p>\n<p>\n\tMaar dan wil ik graag dat de Kamer dat ze ervoor zorgt dat we niet de ene keer over<\/p>\n<p>\n\tkindermishandeling spreken, en dan over huiselijk geweld, en dan weer een herhaling plegen<\/p>\n<p>\n\tvan wat eerder is gezegd. We moeten die samenhang aanbrengen. Wat dat betreft groeien we<\/p>\n<p>\n\twel toe naar die samenhang, maar we zijn er nog niet.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Met het laatste ben ik het helemaal eens: die versnippering vindt ook<\/p>\n<p>\n\tin de Kamer plaats. Maar dat is iets wat we als Kamer aan de orde moeten stellen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Het ligt zowel aan onze kant als aan de uwe.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Maar u hebt een beetje pech: ik ben woordvoerder van de ene en van<\/p>\n<p>\n\tde andere kant. Ik was bij het debat over het Actieplan kindermishandeling, waar het ook<\/p>\n<p>\n\tonvoldoende aan bod is gekomen. In die zin vraag ik toch specifieke aandacht voor de<\/p>\n<p>\n\tkinderen die geen hulp krijgen, maar ook in de preventieve sfeer. Niet alle kinderen hebben<\/p>\n<p>\n\tmet huiselijk geweld te maken, maar het gaat om ruim 100.000 kinderen die getuige zijn van<\/p>\n<p>\n\thuiselijk geweld. Dat heeft gewoon impact, en daar moet je gewoon een apart programma<\/p>\n<p>\n\tvoor hebben. Ik zou daarvoor graag apart aandacht willen hebben. Misschien kunt u daar in<\/p>\n<p>\n\toverleg met uw collega&rsquo;s apart op terugkomen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Dat zal ik zeker doen. Ik zal dat natuurlijk verbinden met het overleg dat<\/p>\n<p>\n\tde commissie heeft gehad met de beide staatssecretarissen. Daar zijn natuurlijk ook die<\/p>\n<p>\n\ttoezeggingen gedaan. Daarvan heb ik kennis genomen. Wat dat betreft zitten we op hetzelfde<\/p>\n<p>\n\tspoor. We gaan natuurlijk niet zeggen dat we dat niet onderkennen. Ik kan me niet<\/p>\n<p>\n\tvoorstellen dat u en ik daarover een verschil van mening hebben. Daar moeten we ons<\/p>\n<p>\n\tnadrukkelijk op richten, zij het dat we het wel moeten doen in een bepaalde samenhang en<\/p>\n<p>\n\tfocus, zodat er ook dingen gebeuren. We moeten elkaar daar niet voortdurend mee<\/p>\n<p>\n\tconfronteren. Ik vind het een terecht punt wat u aangeeft.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib sprak over de ondertekening van het verdrag van de Raad van Europa inzake<\/p>\n<p>\n\tpreventie en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Ik vind het een<\/p>\n<p>\n\tbelangrijk verdrag, en zal begin dit jaar starten met de voorbereiding van de ondertekening en<\/p>\n<p>\n\tratificatie van het verdrag. Ik ben daarover laatst aangesproken door de plaatsvervangend<\/p>\n<p>\n\tsecretaris-generaal van de Raad van Europa, mevrouw De Boer. Dat loopt. Daarbij zal zoals<\/p>\n<p>\n\tgebruikelijk de goedkeuringswetgeving gezamenlijk met de benodigde uitvoeringswetgeving<\/p>\n<p>\n\tin procedure worden gebracht. Nederland streeft ernaar dat voor de zomer van dit jaar tot<\/p>\n<p>\n\tondertekening van het verdrag kan worden overgegaan. De Kamer kent de procedure.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Wiegman vroeg of ik de gezinsfinanciering ga regelen. De staatssecretaris van<\/p>\n<p>\n\tVWS heeft in haar brief van 14 december aangekondigd, een experiment te starten over<\/p>\n<p>\n\tintegrale indicatiestelling en bekostiging vrouwenopvang. Zij voert daarover op dit moment<\/p>\n<p>\n\toverleg met de gemeente Amsterdam. Het experiment start eind dit jaar. Mevrouw Arib en<\/p>\n<p>\n\tmevrouw Berndsen vroegen hoeveel gemeente Aware hebben, en of er wachttijden zijn. De<\/p>\n<p>\n\tstand van zaken van begin 2011 is &#8212; ik heb de Kamer daarover ge&iuml;nformeerd &#8212; dat 85% van<\/p>\n<p>\n\tde gemeenten Aware hebben ge&iuml;mplementeerd. Signalen over wachttijden zijn mij recentelijk<\/p>\n<p>\n\tniet bekend. Na een jaar mag je inderdaad de vraag stellen waarom het geen 100% is. Ik moet<\/p>\n<p>\n\thet antwoord schuldig blijven. We zullen met de proef op de som bekijken hoever het is. In<\/p>\n<p>\n\tonze nadere rapportage zullen wij de Kamer daarover informeren. Mevrouw Voortman stelde<\/p>\n<p>\n\teen vraag over de toepassing van het stelsel bewaking en beveiliging van het OM, dat uiteen<\/p>\n<p>\n\tzou lopen. Dit systeem is opgenomen in de OM-aanwijzing huiselijk geweld. Ik zal het<\/p>\n<p>\n\tverzoek om goede voorlichting over het systeem bewaking en beveiliging nadrukkelijk onder<\/p>\n<p>\n\tde aandacht van het OM brengen. Dat moet natuurlijk door het OM overal op dezelfde wijze<\/p>\n<p>\n\tworden uitgevoerd. Mevrouw Berndsen vroeg naar de cijfers over 2011 van dodelijke<\/p>\n<p>\n\tslachtoffers. Die cijfers kan ik haar nu helaas niet geven, aangezien ze nog niet beschikbaar<\/p>\n<p>\n\tzijn. Zodra dat wel zo is, zullen ze worden meegenomen in de rapportage.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen (D66): Voorzitter. Of we het nu een nationaal actieplan of een nationaal<\/p>\n<p>\n\tactieprogramma noemen, dat maakt me eigenlijk niet veel uit, als er maar wat gebeurt, want<\/p>\n<p>\n\ter is nog het nodige te doen als het gaat om de bestrijding van huiselijk geweld. Ik ben blij<\/p>\n<p>\n\tmet de toezegging van de minister dat hij in ieder geval gaat monitoren. Zorgpunt bij mij is<\/p>\n<p>\n\tde versnippering die gaat plaatsvinden, de verantwoordelijkheid die vooral naar gemeenten<\/p>\n<p>\n\twordt geschoven, terwijl die gemeenten in grote bezuinigingsoperaties zitten en ik mij<\/p>\n<p>\n\tafvraag of alles wat ze zouden moeten doen, nog wel kan plaatsvinden. Ik heb daarvan een<\/p>\n<p>\n\tvoorbeeld: het door mij genoemde huisverbod online zou ontzettend veel capaciteit bij de<\/p>\n<p>\n\tpolitie kunnen schelen, maar veel gemeenten gaan niet tot aanschaf over vanwege de kosten.<\/p>\n<p>\n\tAls de minister een actieplan maakt, is het belangrijk dat dan ook helder moet zijn welke<\/p>\n<p>\n\tmaatregelen genomen moeten worden, wat het kost en wie dat eventueel moet gaan betalen.<\/p>\n<p>\n\tHet moet niet blijven bij heen en weer schuiven van kosten. Verder zou ik het goed vinden<\/p>\n<p>\n\tals in zo&rsquo;n actieprogramma ontwikkelingen worden opgenomen, waarbij ik denk aan de tijd<\/p>\n<p>\n\tdie de politie nodig heeft voor de afhandeling van een tijdelijk huisverbod. Dat was acht uur,<\/p>\n<p>\n\ten dat is door ontwikkelingen iets minder geworden, maar het is nog altijd heel veel tijd. Ik<\/p>\n<p>\n\tzeg erbij dat het een bestuurlijke maatregel is, die eigenlijk iets vraagt van de<\/p>\n<p>\n\tpolitiecapaciteit, in plaats van het bestuur.<\/p>\n<p>\n\tPreventie zou een heel belangrijk actiepunt moeten worden, want daar is nog heel veel winst<\/p>\n<p>\n\tte behalen. Verder is er nog veel winst te behalen in verbetering van de ketenaanpak, en de<\/p>\n<p>\n\tdeelname van de steunpunten huiselijk geweld aan sociale teams en dergelijke, als het gaat<\/p>\n<p>\n\tom informatie-uitwisseling, zodat je veel eerder al aan de voorkant van problemen<\/p>\n<p>\n\tterechtkomt, waardoor escalatie in het gezin wellicht voorkomen kan worden.<\/p>\n<p>\n\tDe vroeghulp, die uiterst belangrijk is om adequaat te kunnen interveni&euml;ren, mag geen<\/p>\n<p>\n\tbarri&egrave;res opgeworpen krijgen als het gaat om de kosten in de geestelijke gezondheidszorg.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers (CDA): Voorzitter. Ik wil nog eens aandacht vragen voor preventie. Ik<\/p>\n<p>\n\tdenk dat de eerste fase heel goed is gemarkeerd door de minister, maar wat is de volgende<\/p>\n<p>\n\tfase? Hoe betitelen we die? We weten dat we, ondanks dat we de hulpverleningslijnen goed<\/p>\n<p>\n\taan elkaar kunnen knopen, nog steeds met duizenden mensen zitten die onder de radar blijven<\/p>\n<p>\n\tvan politie, justitie, bestuur en hulpverlening. Het probleem moet uitgebannen worden. Hoe<\/p>\n<p>\n\tgaan we dat doen?<\/p>\n<p>\n\tAware is, denk ik, een goed systeem. Kunnen we zo ook niet werken met enkelbanden, die<\/p>\n<p>\n\tsignalen afgeven? Dan zit je aan de voorkant, dus bij de preventie.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe heer Van Raak (SP): Voorzitter. Ik ben blij dat de minister gaat kijken naar het<\/p>\n<p>\n\texperiment van de reclassering in Eindhoven. Kijk daar goed naar. Het was heel eenvoudig,<\/p>\n<p>\n\thet kostte helemaal geen geld, en het werkte, dus dat moet de minister aanspreken. Op deze<\/p>\n<p>\n\tmanier kan worden voorkomen dat daders die niet zijn veroordeeld, het nog een keer doen.<\/p>\n<p>\n\tAls de minister dat goed bestudeerd heeft, kan hij misschien ook even laten weten wat hij<\/p>\n<p>\n\tervan vindt, en wat we er samen verder mee kunnen. Dit kost geen geld, andere dingen<\/p>\n<p>\n\tkosten wel geld. Over de ggz zegt de minister dat de eigen bijdrage onder een andere minister<\/p>\n<p>\n\tvalt. Wij moeten altijd naar de uitvoering van beleid kijken, dus kijk daar ook nog eens naar.<\/p>\n<p>\n\tAls deze minister concludeert dat de eigen bijdrage in dit geval ongelooflijk veel negatieve<\/p>\n<p>\n\teffecten heeft, dan zouden we samen kunnen kijken naar de uitvoering van zo&rsquo;n maatregelen,<\/p>\n<p>\n\ten kunnen concluderen dat het hier niet moet.<\/p>\n<p>\n\tSlachtoffers met klein letsel &#8212; dat kan ook groot zijn, zoals een gebroken neus &#8212; hebben geen<\/p>\n<p>\n\trecht op rechtsbijstand. Is de minister bereid daar nog eens naar te kijken?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Voorzitter. Ik ben blij met het nationale actieplan, waarin<\/p>\n<p>\n\tverschillende onderdelen zullen worden ondergebracht, omdat de versnippering groot is<\/p>\n<p>\n\tgeworden, waardoor de zaak niet meer te overzien is. Ook voor de Kamer is overzicht<\/p>\n<p>\n\tbelangrijk, zodat je een gedegen debat kunt voeren. Binnen het actieplan wil ik een<\/p>\n<p>\n\tprominente plek zien voor de positie van kinderen als slachtoffer. Het staat in het regioplan.<\/p>\n<p>\n\tJeugdzorg is voor alle kinderen met problemen, maar dit is toch wel een groep met veel<\/p>\n<p>\n\tpsychische schade. Uit onderzoek blijkt dat daders van huiselijk geweld een strafrechtelijk<\/p>\n<p>\n\ttraject achter de rug hebben; er is dus meer aan de hand. De hele Kamer wil dat er meer<\/p>\n<p>\n\taandacht komt voor preventie. Ik neem aan dat de minister dat gewoon doet.<\/p>\n<p>\n\tZegt de minister: voor bemoeizorg wordt wel hulp geboden? Graag krijg ik die toezegging.<\/p>\n<p>\n\tWe krijgen informatie van de minister over Aware ook over de wachttijden. Tot nu toe duurt<\/p>\n<p>\n\thet minstens een maand voordat zo&rsquo;n kastje wordt geplaatst. Het was de bedoeling om dat<\/p>\n<p>\n\tsneller te doen. De aangiftebereidheid bij huiselijk geweld is de afgelopen jaren niet<\/p>\n<p>\n\tverbeterd, wat nog steeds een groot probleem is. Wat is daarvan de reden?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Voortman (GroenLinks): Voorzitter. Ik kan mij aansluiten bij wat eerdere sprekers<\/p>\n<p>\n\thebben gezegd over de eigen bijdrage in de ggz. De minister geeft aan dat de effecten<\/p>\n<p>\n\tdaarvan zullen worden gemonitord en dat het bij een andere minister ligt, maar de effecten<\/p>\n<p>\n\tvan deze maatregel komen natuurlijk deels op het bordje van deze minister. Dat geldt ook<\/p>\n<p>\n\tvoor de maatregel om de vergoeding van tolken niet meer toe te staan. Mevrouw Wiegman<\/p>\n<p>\n\theeft daar al het &eacute;&eacute;n en ander over gezegd.<\/p>\n<p>\n\tWe hebben gevraagd om een gratis telefoonnummer, welke gedachte de minister zal<\/p>\n<p>\n\tdoorgeven en bekijken. Dat vind ik toch iets te vaag. Ik krijg graag concreet van de minister<\/p>\n<p>\n\tte horen wat hij met dit punt doet. Deelt hij mijn mening dat laagdrempeligheid het hoogste<\/p>\n<p>\n\tgoed is als het gaat om het melden van huiselijk geweld, en zo ja, gaat hij er dan voor zorgen<\/p>\n<p>\n\tdat het telefoonnummer gratis wordt?<\/p>\n<p>\n\tIk heb gevraagd naar het project Doorbreek huiselijk geweld, van de Nederlandse<\/p>\n<p>\n\tVrouwenraad. Graag een reactie daarop.<\/p>\n<p>\n\tIk werd er net op gewezen dat huiselijk geweld niet heel gescheiden moet worden bekeken,<\/p>\n<p>\n\tzo van: de mannen zijn fout en de vrouwen zijn zielig. Dat is een heel beperkte benadering.<\/p>\n<p>\n\tMannen zijn verantwoordelijk voor hun daden en moeten zorgen dat het ophoudt, vrouwen<\/p>\n<p>\n\tzijn ervoor verantwoordelijk dat hun veiligheid wordt vergroot. Die gescheiden aanpak is niet<\/p>\n<p>\n\tgoed, ook niet als er kinderen zijn. Wij moeten ook heel goed naar onszelf kijken, want wij<\/p>\n<p>\n\tbehandelen deze onderwerpen heel erg gescheiden van elkaar. Ik zit hier nu toevallig omdat<\/p>\n<p>\n\tik inval voor een fractiegenoot, maar wij hadden gisteren met de zorgmensen een debat over<\/p>\n<p>\n\tseksueel geweld, en mensen met een beperking. Wat kunnen Kamer en kabinet eraan doen<\/p>\n<p>\n\tom dit ge&iuml;ntegreerd aan te pakken?<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Voorzitter. Ik begin met de samenhang en een integrale benadering. Dan<\/p>\n<p>\n\tkun je een nog beter debat met elkaar voeren. Ik heb altijd de hoop dat we ons bij dit soort<\/p>\n<p>\n\tonderwerpen, waarover je op details van mening kunt verschillen, zouden moeten kunnen<\/p>\n<p>\n\tvinden. Dat is voor het hele veld, en voor de samenleving, ongelooflijk belangrijk. Daarom<\/p>\n<p>\n\theb ik er geen enkele moeite mee om in zo&rsquo;n overleg daarover heel ruimhartig met de Kamer<\/p>\n<p>\n\tvan gedachten te wisselen, want we moeten elkaar scherp houden. Het gaat om het bereiken<\/p>\n<p>\n\tvan de doelen en om het goed aangeven van de sense of urgency.<\/p>\n<p>\n\tDe heer Holtackers vroeg wat de tweede fase is, een goed punt. We zijn nog niet zover dat we<\/p>\n<p>\n\tal in de volgende fase zitten. Ik zal niet verbaasd zijn als blijkt dat de cijfers omhoog blijven<\/p>\n<p>\n\tgaan. Dat zijn sombere berichten, maar het geeft wel aan dat er veel meer gebeurt dan wij<\/p>\n<p>\n\tweten. Als je weet dat dat zo is, dan moet je daaraan alle aandacht schenken, want het moet<\/p>\n<p>\n\top tafel komen. We zetten keihard in op de preventie, en dat moet nog beter. Dat heb ik ook<\/p>\n<p>\n\tgezegd bij de evaluatie van het huisverbod: er moet veel meer vroegtijdig worden voorkomen<\/p>\n<p>\n\tdat het plaatsvindt. We moeten daar verder op inzetten, want dan krijg je grip op de zaak.<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Berndsen vroeg of een aantal punten in het actieplan kan worden meegenomen. Het<\/p>\n<p>\n\tantwoord is ja, dat zal ik doen. Ik zal wat de politiecapaciteit betreft, toetsen hoe het in de<\/p>\n<p>\n\tpraktijk loopt. Natuurlijk ben ik het met haar eens dat het in de kern geen corebusiness van de<\/p>\n<p>\n\tpolitie is, maar dat het bij het bestuur hoort te liggen. Daar zal ik ze aan helpen herinneren.<\/p>\n<p>\n\tMaar de politie heeft er wel belang bij dat het gebeurt. Gemeenten kunnen zich niet blijven<\/p>\n<p>\n\tberoepen op dat ze het financieel moeilijk hebben, dat hebben we allemaal. Het gaat ook om<\/p>\n<p>\n\tde focus, en dit behoren prioriteiten te zijn, van welk gemeentebestuur dan ook. In dat<\/p>\n<p>\n\tverband zijn er twaalf politieregio&rsquo;s die meewerken aan het huisverbod online. Ik zal dit in<\/p>\n<p>\n\thet periodiek overleg met de VNG onder de aandacht brengen. De heer Holtackers stelde een<\/p>\n<p>\n\tvraag over elektronisch toezicht. Ik heb inderdaad aan Reclassering Nederland gevraagd, het<\/p>\n<p>\n\taantal elektronische toezichten te verdubbelen, waar mogelijk bij huiselijk geweld. Indien<\/p>\n<p>\n\tpleger en slachtoffer in &eacute;&eacute;n huis wonen, heeft elektronisch toezicht echter niet veel zin. De<\/p>\n<p>\n\treclassering zal met voorstellen komen. Ik zal ervoor zorgen dat de heer Van Raak hoort wat<\/p>\n<p>\n\tik vind van het Eindhovense experiment, en wat ik ermee doe. Slachtoffers hebben volgens<\/p>\n<p>\n\tde gewone criteria recht op rechtsbijstand. Bij een huisverbod is een slachtoffer geen partij in<\/p>\n<p>\n\tde procedure, en krijgt dan ook geen rechtsbijstand. Ik heb trouwens niet gehoord dat dat<\/p>\n<p>\n\tproblemen geeft. Mevrouw Arib vraagt aandacht voor kinderen. Ik denk dat we daarover<\/p>\n<p>\n\tgeen verschil van mening hebben. In de aanpak van huiselijk geweld is aandacht voor<\/p>\n<p>\n\tkinderen essentieel. Dat zullen we ook, gelet op wat is besproken, in het actieplan<\/p>\n<p>\n\tkindermishandeling proberen bij elkaar te brengen. Het punt van de eigen bijdrage blijft een<\/p>\n<p>\n\tbeetje tussen ons zitten. Mijn collega van VWS leerde mij dat behandeling die plaatsvindt in<\/p>\n<p>\n\thet kader van bemoeizorg en\/of BOPZ-maatregelen is uitgezonderd van de eigen bijdrage,<\/p>\n<p>\n\talsmede de ambulante forensische zorg vanuit een strafrechtelijk kader. Ik heb aangegeven<\/p>\n<p>\n\thoe dat wordt bekeken door een commissie. Ik heb ook aan mevrouw Berndsen toegezegd dat<\/p>\n<p>\n\twe dat zullen monitoren.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMevrouw Arib (PvdA): Ik doe de suggestie om de hulpverlening aan mensen waarover we<\/p>\n<p>\n\thet vandaag hebben onder bemoeizorg onder te brengen.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tMinister Opstelten: Ik zal dat doorgeven en met mijn collega bespreken. Op het juiste<\/p>\n<p>\n\tmoment wordt u daarover ge&iuml;nformeerd.<\/p>\n<p>\n\tIk denk dat ik niet helder ben geweest over het gratis telefoonnummer. Ik zeg dat toe.<\/p>\n<p>\n\tGebleken is dat het project van de Vrouwenraad een vliegwielfunctie heeft gehad. Veel<\/p>\n<p>\n\tprovincies gaan door met bijeenkomsten. Ik ben ervan overtuigd dat het hier niet bij blijft.<\/p>\n<p>\n\tOver de afschaffing van de tolken lijkt sprake van een misverstand. Ik herhaal: de landelijke<\/p>\n<p>\n\tregeling is be&euml;indigd, maar voor de vrouwenopvang is een uitzondering gemaakt. Dat geld is<\/p>\n<p>\n\ttoegevoegd aan de uitkeringen aan de centrumgemeenten. Daarmee moet men uit de voeten<\/p>\n<p>\n\tkunnen, lijkt mij.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\tDe voorzitter: Ik heb een aantal toezeggingen genoteerd:<\/p>\n<p>\n\t&#8211; De minister zal komen met een nationaal actieprogramma huiselijk geweld, en wel voor het<\/p>\n<p>\n\tzomerreces.<\/p>\n<p>\n\t&#8211; De minister informeert de Kamer in de volgende rapportage over de bestuurlijke afspraken<\/p>\n<p>\n\tdie tijdens de expertmeeting worden vastgelegd.<\/p>\n<p>\n\t&#8211; De minister informeert de Kamer in de volgende rapportage over het aantal daders dat niet<\/p>\n<p>\n\tin de hulpverlening is gegaan, vanwege de eigen bijdrage.<\/p>\n<p>\n\t&#8211; De minister informeert de Kamer in de volgende rapportage over de stand van zaken rond<\/p>\n<p>\n\tde implementatie van Aware bij de gemeenten.<\/p>\n<p>\n\t&#8211; De minister zal de Kamer informeren over zijn bevindingen naar aanleiding van het<\/p>\n<p>\n\texperiment-Van Velzen in Eindhoven.<\/p>\n<p>\n\t&nbsp;<\/p>\n<p>\n\t1 Samenstelling:<\/p>\n<p>\n\tLeden: Van der Staaij (SGP), Arib (PvdA), &Ccedil;&ouml;r&uuml;z (CDA), De Roon (PVV), voorzitter,<\/p>\n<p>\n\tBrinkman (PVV), Vermeij (PvdA), ondervoorzitter, Van Raak (SP), Gesthuizen (SP), Dibi<\/p>\n<p>\n\t(GroenLinks), Van Toorenburg (CDA), Peters (GroenLinks), Berndsen (D66), Van<\/p>\n<p>\n\tNieuwenhuizen-Wijbenga (VVD), Schouw (D66), Marcouch (PvdA), Van der Steur (VVD),<\/p>\n<p>\n\tRecourt (PvdA), Hennis-Plasschaert (VVD), Helder (PVV), Bruins Slot (CDA), Taverne<\/p>\n<p>\n\t(VVD), Schouten (ChristenUnie), Hazekamp (PvdD)<\/p>\n<p>\n\tPlv. leden: Dijkgraaf (SGP), Bouwmeester (PvdA), Van Bochove (CDA), Dille (PVV),<\/p>\n<p>\n\tElissen (PVV), Smeets (PvdA), Kooiman (SP), Karabulut (SP), Van Tongeren (GroenLinks),<\/p>\n<p>\n\tSmilde (CDA), Voortman (GroenLinks), Pechtold (D66), Van der Burg (VVD), Ko\u015fer Kaya<\/p>\n<p>\n\t(D66), Kuiken (PvdA), De Liefde (VVD), Spekman (PvdA), Azmani (VVD), Bontes (PVV),<\/p>\n<p>\n\tKoopmans (CDA), Dijkhoff (VVD), Slob (ChristenUnie), Ouwehand (PvdD)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>28 345 Aanpak huiselijk geweld Nr. 120 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 6 maart 2012 &nbsp; De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie&lt;1&gt; heeft op 9 februari 2012 overleg gevoerd met minister Opstelten van Veiligheid en Justitie over:<\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":1480,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":true,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":"","footnotes":""},"categories":[24],"tags":[],"class_list":["post-1481","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-latest-news","et-has-post-format-content","et_post_format-et-post-format-standard"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1481","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=1481"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/1481\/revisions"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/media\/1480"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=1481"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=1481"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/strange-germain.51-195-46-41.plesk.page\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=1481"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}